Volgens oude Japanse tradities zijn de belangrijkste ruimtes in een huis omgeven door niet-woonruimtes. Bijvoorbeeld veranda’s en zolderruimtes. Deze niet-woonruimtes fungeren als doorgang en opslag maar tevens als isolerende buffer tussen de buiten- en woonruimtes. Dit stabiliseert de thermische omgeving en maakt de noodzaak van HVAC-systemen overbodig.
Dezelfde filosofie werd door architect EAL toegepast bij een weekendhuis in Kirishima. Daarbij zijn verschillende plannen gemaakt en getest middels computersimulatie. Hierop is besloten om de drie zijden (zuid, oost en west) van de woonruimte te omringen door niet-woonruimtes, de noordkant en het dak te isoleren en het plafond te verhogen. Een aanpak die leidde tot een temperatuur in de woonruimte die zo’n 10 graden hoger was dan de koude buitentemperatuur in december. En dat zonder verwarming.

Kenmerkend voor de woning is het verder het horizontale, stijve membraan van stalen en houten balken die zijn geplaatst op conventionele houten framewanden. Hierop zijn gelamineerde spanten aangebracht met intervallen van 500 mm, waardoor een houten dak met een overspanning van 9 m ontstaat. Daarbovenop zijn secundaire spanten geplaatst die lange dakranden vormen voor ventilatie en als barrière tegen stralingswarmte.
Voor de buitenbekleding koos de architect voor Yakisugi: verkoolde cederplaat. Yakisugi is een Japanse traditionele techniek waarbij het oppervlak van het cederhouten plaatmateriaal wordt verbrand. Hierdoor ontstaat een verkoolde laag van ca. 5 mm dik die de duurzaamheid, weersbestendigheid en brandwerendheid verbetert. Door deze bewerking krijgt het gebouw ook een bijzondere sfeer.



