Meerlaags bouwen in hout. Tot een verdiepinkje of zeven of tien is het heel logisch dat je dat wil, daarmee kopieer je immers de flatgebouwen waarmee onze steden in de tweede helft van de vorige eeuw zo zijn uitgedijd. En wat we kennen dat willen we. Maar hoe we dat het beste doen, daarover zijn we het nog volkomen niet eens.
Hartstikke interessant is het, hoogbouw in hout. Dat vinden ook tal van instituten die van onderzoeksgelden leven. Zoals TNO, dat met een flinke groep geïnteresseerden en een zak met overheidsgeld het rapport Hoogbouw in Hout Haalbaar publiceerde. Best een aardige bundeling onderzoeken is dat. Met een voorzichtig positieve conclusie.
En de duurzaamheidsweldoeners van Built by Nature hebben er ook wel wat voor over: twee gerenommeerde Nederlandse bureau’s, MAATworks en Urban Climate Architects, zijn bezig om een handboek met bouwdetails te gaan samenstellen over dat meerlaags bouwen met hout.
Volop meerlaagse gebouwen
De grap is: er wórdt al heel veel meerlaags in hout gebouwd, en niet alleen in de ons omringende landen en in Canada en de Verenigde Staten, maar ook in ons eigen vrijwel woudloze landje. Ik noem een Houten Hotel, een Switi, een Megaplex, een Houten Leeuw, een Juf Nienke, een Hotel Jakarta, een Performance Factory, een Patch 22, een Stories, een Top-UP, een (nee drie!) Mooijburg(s), een Valckenstein, of, ja, een HAUT, als je het echt gestapeld wil hebben.
Allemaal anders van constructie
En echt allemaal, echt allemaal, zijn ze volkomen anders van constructie: van het stapelen van modules tot het bouwen met balken en liggers, met de draagkracht in de buitenmuren, in de tussenmuren of juist in de kern. Met betonnen kernen (die hebben er wel veel, wat volgens mij jammer is), met stalen hulpskeletten, trekstangen. Met betonnen vloeren of losse stenen ballast. Of juist niet met ballast. In HSB, met CLT of juist LVL, kokerliggers, massieve vloeren… het is een allegaartje!
Eerst inventariseren
Lossen die studies die verscheidenheid op? Dacht het niet. Veel onderzoeken en studies worden gedaan om mensen te overtuigen dat het kan, haalbaar is. Dat gaat niet om het hoe, maar eigenlijk om het waarom van bouwen met hout. Wat eerst maar eens moet gebeuren is een inventarisatie. Iets wat we natuurlijk het Het Houtblad, met name met onze dossiers, eigenlijk al een tijdje doen. Wat is er eigenlijk allemaal al bedacht en gemaakt, en wat waren daar de redenen voor?
De ondergrens is niet zo interessant
En is die inventarisatie min of meer gereed, kun je dan onderscheiden op hoofdgroepen? En kun je dat, kun je die gebouwtypen dan kwalificeren en waarderen? En waarop dan? Want dat is natuurlijk wel een hamvraag die geformuleerd moet worden: een ondergrens is uiteraard of die gebouwen voldoen aan minimale eisen van het Bouwbesluit, qua isolatie, akoestiek, brandwerendheid, trillingen etcetera. Het zou trouwens heel kunnen van op sommige onderdelen soms niet en dat daar een goede reden voor is, geredeneerd vanuit de houtbouw, dat moet je dan ook meenemen. Het Bouwbesluit komt immers ook vooral uit de minerale bouw voort.
De vraag naar hoogbouw in hout goed stellen
Maar daarbovenop, wat wil je weten? Is het een kostenkwestie? Of de bouw goedkoper kan dan met andere materialen? Sneller, beter verzekerbaar? Of gaat het om hoe je het best met hout bouwt om het comfort van de bewoners te verhogen? Is hout in het zicht bijvoorbeeld heilzamer dan tegen gipsplaten aankijken? En wat bij dit alles helemaal niet vergeten mag worden is de esthetica, de vormvrijheid die met houtbouw mogelijk is. In buitenlanden, dichtbij en ook ver weg, zie ik namelijk best wel heel veel heel erg lelijke gestapelde houten woningbouw. Net zo lelijk als, laten we zeggen, de Rivierenwijk in Deventer, de Oranjewijk in Uden, Dukenburg in Nijmegen en al die andere uitbreidingswijken. Dat moet in hout toch een stuk beter kunnen. Organischer, speelser, bio- en mensinclusiever. Misschien mag dat zelfs wel wat kosten!
Ik hoop dat we het ultieme meerlaagse woongebouw nog helemaal niet gezien hebben en dat als het dan gebouwd is, we meteen met zijn allen inzien: dit ís het!



