Onlangs bezocht ik een glulam-fabriek. Wat ik daar voelde, raakte me dieper dan verwacht. Het was niet alleen een technische ervaring (wow, die balken van 40 meter lang en 1,2 meter hoog!), maar ik raakte verwonderd door wat het materiaal opriep: de combinatie van zachtheid en kracht, de geur, textuur en het karakter van het hout.
Ik werd getroffen door de metafoor die zich bijna vanzelf aandiende: de opkomst van hout in de bouw als symbool voor een bredere verschuiving in onze cultuur – een toenemende waardering voor feminiene kwaliteiten.
Wat me vooral bijbleef, was die paradoxale combinatie van robuustheid en zachtheid. Als je een glulam-balk aanraakt (of streelt), voel je iets sensueels: warme nerven, unieke patronen, de geur van dennenhout. Het roept iets intiems op. Ondanks hun kracht, dragen deze elementen ook kwetsbaarheid in zich.
Die kwetsbaarheid zit deels in het materiaal zelf, de randen kunnen afbrokkelen, transport vereist zorg, maar ook in de manier waarop je ermee werkt. Hout vraagt aandacht. Je moet weten hoe je het kunt belasten, hoe je het zaagt, verbindt en begrijpt. Het vergt afstemming, meebewegen, soms je ontwerp aanpassen. Eigenschappen die vaak als ‘vrouwelijk’ worden gezien. Als je het materiaal niet goed kent, kan het zelfs onvoorspelbaar of wispelturig lijken. Elke houtsoort heeft een eigen karakter en reageert anders op zijn omgeving – iets waar je je als ontwerper echt in moet verdiepen. Net als een vrouwelijk lichaam, dat door cycli en omstandigheden verandert, vraagt hout om afstemming en begrip in plaats van controle.
Terwijl ik tussen de houten balken liep, dacht ik aan de wereld van nu. Aan figuren zoals Trump, die in de media symbool staan voor een nostalgische, harde masculiniteit. In een tijd waarin feminiene waarden meer erkenning krijgen – terwijl er tegelijkertijd een krachtige tegenbeweging is richting traditioneel mannelijk gedrag. En ik voelde daar, tussen die gelaagde, gevoelige houten kolossen, dat hout een spiegel is voor deze culturele zoektocht. Door al die smalle, noestrijke stukken hout samen te voegen ontstaat uit zachtheid een nieuwe vorm van kracht – niet gestoeld op dominantie, maar op samenwerking. Voor mij werd die houten balk een metafoor voor feminiene kracht. Van dragen zonder te breken, van ruimte maken voor verschil. Waar beton onbuigzaam en generiek voelt, is hout gevoelig, levend en karaktervol.
Precies daar, tussen die glulam-balken, voelde ik het: hout weerspiegelt de zoektocht waar we als samenleving middenin zitten. Want hout is geen weerstand tegen kracht, maar een andere vorm ervan. Geen blok beton, maar iets dat ademt, beweegt en kwetsbaar is.

Ilse Ivora de Jong is in 2019 afgestudeerd in architectuur aan de Technische Universiteit Delft. Na vier jaar te hebben gewerkt als stedenbouwkundige bij ECHO urban design verhuisde ze in het voorjaar van 2024 naar Finland om er aan de Aalto Universiteit, nabij Helsinki, het Wood Program te volgen. Dat is een studie die geheel op bouwen met hout, van bosbouw tot houtbouw, is gericht. In dit blog doet ze verslag van haar ervaringen.
Nieuwsupdate Het Houtblad
Ben je al geabonneerd op de nieuwsbrief van het Houtblad? Elke woensdag het laatste houtbouwnieuws uit binnen- en buitenland. Ruim 4500 mensen lezen deze gratis nieuwsbrief.



