Ga naar hoofdinhoud

Het spel komt op de wagen

De voorlopers zijn al lekker aan het draaien, de beleidsmakers zijn inmiddels aan het keren en ook de grote olietankers wenden hun steven: de grote woningspurt van de komende jaren gaat misschien nog wel méér in hout worden uitgevoerd dan veel mensen denken. En.. wie gaat dat doen, en wordt dat wat?

De redenen hoef ik eigenlijk helemaal niet op te sommen. De klimaatdoelen voor 2050 bijvoorbeeld. De oude dan, de nieuwe worden nog dwingender. De komende CO2-heffing. Het terugdringen van stikstofuitstoot. Het circulaire bouwen. Het demontabele en flexibele bouwen, gerelateerd aan demografisch gegeven fluctuatie in de huizenvraag. De gewenste snelheid en hoeveelheid van de nieuw op te leveren woningen. De huizenprijzen, de grondprijzen, het arbeidstekort, het wooncomfort…

… dat was een kleine greep uit de argumenten die allemaal wijzen op houtbouw. De reden dat ik ze niet hoef op te noemen is dat ze de laatste jaren, niet in de laatste plaats (maar ook niet in de eerste plaats) door Het Houtblad, overal zijn rondgepompt en uitgewisseld. En niemand die er een speld tussenkreeg. Wie op grote schaal wil bouwen (eigenlijk: wie überhaupt wil bouwen) moet dat met hout gaan doen.

In mijn eigen stad komt zo’n plot vrij voor tijdelijke bebouwing. Paar duizend woningen er op. Voor een jaar of twintig. Mooi plan, binnenkort door de raad. Wel een vlakinvulling, nog geen voorlopig ontwerp. Maar wel al tenminste één plan en een betrokken bouwer. Die bouwer is dus één van die grote bedrijven die pas sinds heel kort het houtbouwlicht gezien hebben. Die de te realiseren industrieel te produceren concepten überhaupt nog nooit heeft uitgeprobeerd.

Terwijl ik ook startups ken die de fabriek al af hebben. Of die de 2D-leverancieronafhankelijke supplychain al tot in de puntjes voor elkaar hebben. Die de connecties weten, zowel intermenselijk als technisch. Die verder zijn dan tekentafels en prototypes maar al menig blok gerealiseerd hebben.

De lijst van aanbieders van seriematige industrieel geproduceerde woningbouw op basis van houtbouw is superlang en supergevarieerd. En daar komen er nog steeds bij. En de gelschieters en overnemers laten zich ook al niet onbetuigd. De grote bouwbedrijven gaan aan hun netwerk trekken en hun ingekochte of zelf gebouwde assemblagefabrieken in de strijd werpen.

Ik voel het sterk alsof het wagenstel zo direct een aanvang gaat nemen. De acteurs hebben het toneel nu allemaal zo’n beetje betreden, zijn voorgesteld. Nu gaat het echt los. Wie gaat met wie, wie wint er, wie druipt smadelijk af, wie steekt wie een mes in de rug?

Bij dat alles is het erg belangrijk te beseffen dat kwaliteit niet zomaar te koop is. Een ingenieursbureau koop je niet zomaar op om het zomaar aan je bedrijf toe te voegen. Je mensen op de werkvloer weten niet zomaar hoe ze een schroef van een meter onder de juiste hoek het hout in moeten drijven. Waar managers hun spel gaan spelen wordt de professionaliteit naar achteren gedrongen en als inwisselbaar beschouwd, zo goed als altijd onterecht.

Laten we hopen op een blijspel: een bouwontwikkeling die tot vreugde leidt van allen en een opgewekt gemoed. Dan mag er hier en daar best wat drama zijn en ook wel wat kluchtigs. Alls onderstreping van het menselijk tekort. Maar laat het vooral geen tragedie worden voor de houtbouw. De wereld kan dat niet verdragen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Op de hoogte blijven van alles wat er speelt in de hout- en bouwsector? Word abonnee op Het Houtblad! Abonneer