Het begin van het verhaal is bekend: elke boom haalt gedurende zijn leven CO₂ uit de lucht. Die koolstof wordt opgeslagen in het hout, de zuurstof wordt uitgestoten. De koolstof zit in het hout zolang het niet verbrandt of wegrot waardoor het weer reageert met zuurstof. Wanneer je van het hout een gebouw maakt, sla je de koolstof op in het gebouw. Maar daar begint ook meteen de discussie. Want wat gebeurt er na de levensduur van het gebouw? Komt die koolstof dan alsnog vrij? Mag je hem wel meetellen dan? Kan die boom trouwens niet beter in het bos blijven en meer koolstof op blijven slaan?
We hoeven niemand te overtuigen dat hout belangrijk is in de decarbonisatie van de bouw. Het past goed in de circulaire bouwwereld, legt veel koolstof vast, slaat het op in gebouwen en vervangt terloops ook nog veel koolstof-intensieve materialen zoals beton en staal. We zien echter veel discussie over hoe de koolstofopslag te waarderen. Er is onder meer discussie over de tijdelijkheid daarvan en hoe er mee om te gaan in levenscyclusanalyse. De (on)zekerheid en gebrek aan waarborging van hergebruik en dus het vasthouden van de koolstof op lange termijn maakt het extra lastig. Tenslotte helpen de koolstof-intensieve heren (het zijn toch vaak heren…) die de koolstofopslag simpelweg helemaal niet willen waarderen, omdat het na einde gebruik ‘toch’ verbrand wordt, ook niet echt.
Rekenen aan koolstofopslag
Onlangs las ik een interessant artikel van Katherine Twentyman, Paul Astle en Alan Dowdall van Ramboll, een toonaangevend Deens ingenieurs- en adviesbureau, bekend met houtbouw en veel kennis van decarbonisatie in de bouw. Zij zagen inderdaad de levenscyclusanalyses (LCA’s) alle kanten op vliegen. Sommigen nemen alleen de koolstofopslag mee in het gebouw zelf en anderen beschouwen de voortdurende koolstofopslag van de herplante boom als ‘bonus’ koolstofopslag voor het gebouw. In het laatste geval zou je niet geheel onterecht kunnen stellen dat die bomen in feite niets meer met het gebouw te maken hebben. Hoe eerlijk is het om houtbouw als klimaatoplossing te zien en hoe moeten we dat dan oprecht meenemen?
Allereerst kijken we wat er gebeurt op het vlak van koolstof als je de bomen gewoon in het bos laat staan. Is het vanuit het oogpunt van koolstofopslag beter om bomen in het bos te laten? Zie figuur 1. De koolstofopslag stijgt slechts licht door de toename van de koolstofopslag in de bodem. In de bodem blijft de opslag langzaam groeien, de opslag in de bomen vlakt echter af.

Vervolgens kijken we wat er gebeurt met de koolstofopslag als we bomen kappen om te gebruiken en de koolstofopslag in onze gebouwen en dus het gekapte hout in onze gebouwen gebruiken. Zie figuur 2.

Tot nu toe helemaal helder, vervolgens leggen we ze over elkaar heen en nu wordt het interessant. We zien zo de optelling van de koolstofopslag in het bos en onze houten gebouwen. Zie figuur 3. We zien nu de totale opslag, echter vlakt ook deze weer af, omdat de opgeslagen koolstof na 50 tot 75 jaar alsnog vrijkomt. Wel kan je zien dat het altijd beter is om het hout te gebruiken voor onze gebouwen dan in het bos te laten staan, waar alle koolstof bij het rotten zich weer bindt aan zuurstof en er weer CO2 ontstaat. We verlengen het vasthouden van de koolstof.

Als we hout écht een rol willen laten spelen in de klimaatoplossing, moeten we zorgen dat het hout na de eerste gebruiksfase niet eindigt als biomassa. Hergebruik is dus key. Nu gaat nog 86% van de opgeslagen koolstof in een gebouw binnen 100 jaar weer verloren…
Herplant en hergebruik
Er spelen dus twee belangrijke voorwaarden, of beter, versterkende aspecten:
Het eerste is herplanten. We moeten natuurlijk de gerooide bomen vervangen. Dat lijkt me een vanzelfsprekendheid omdat we het nooit over kaalslag hebben, maar over duurzaam beheerde bossen. Zo schrijven we dat (hopelijk) allen voor, los van wetgeving…
Het tweede betreft hergebruik van de materialen. Het klopt dat daar nog veel onzekerheden in zitten en er nog een groot gebrek aan waarborging is, maar als we het in de grafiek zetten, zien we een fraai surplus. Een gebouw blijft doorgaans al langer staan dan de tijd waarin de bomen teruggroeien. Dat levert al overlap. Hoe meer het ons lukt het hout te hergebruiken, hoe meer het gaat optellen en hoe beter het er uit gaat zien. Zie figuur 4. We zien een blijvende stijgende lijn in de totale koolstofopslag.

Carbon sink
Als hout een tweede, derde of vierde leven krijgt, kunnen we spreken van een echte carbon sink. Het deed me denken aan een artikel van Peter Fraanje, Cascading of Pine Wood, uit 1997 (!). Daarin stond o.a. al deze fraaie grafiek over de ‘cascading’ van hergebruik van hout. Stel je voor dat het ons lukt hout en daarmee de koolstofopslag zo lang vast te houden, dan hebben we het pas over impact…

Biogene koolstof en fossiele emissie scheiden in LCA
Terug naar het artikel van Ramboll. Zij zijn van mening dat je de koolstofopslag van een gebouw mee moet nemen in de berekeningen, echter moet je de koolstofvastlegging in een bos niet met de opslagcapaciteit van hout in dat gebouw verwarren. Die twee zijn verschillend en moeten ook zo worden behandeld. Je dient deze eenvoudig los te knippen: je erkent de tijdelijke opslag, maar gaat er ook vanuit dat aan het einde van de levensduur de koolstof weer vrijkomt.
Een heldere, gescheiden rapportage: biogene koolstof wordt niet op één hoop gegooid met fossiele emissies. Zij rapporteren de biogene koolstof apart van de reguliere koolstofuitstoot en rekenen dat dus niet mee als negatieve emissie binnen de LCA. Wel pleit het bureau voor erkenning van deze opslag, mits er zekerheid is over hergebruik en lange toepassingstermijn. Een helder uitgangspunt lijkt me.
Tenslotte geeft Ramboll nog mee dat de tijdelijkheid van koolstofopslag geen zwakte is, maar juist een kans. Een gebouw dat 60 tot 100 jaar blijft staan, biedt ons cruciale tijd om onze economie verder te verduurzamen. Denk aan het ontwikkelen van technieken voor CO₂-afvang, energietransitie of het vergroenen van de bouwsector. In principe klopt dat, echter moet je dat nooit te hard roepen, omdat dit argument gretig gebruikt wordt door meer conventionele partijen die zeggen: we kunnen gewoon doorgaan met rommel en vervuiling, want straks heeft de wetenschap zo een oplossing gevonden… Tja…. Verschil is natuurlijk dat door het nu al goed te doen, je ook die tijd krijgt en we zitten niet meer in de positie dat we kunnen afwachten.

Daan Bruggink, is directeur van ORGA Architect in Nijmegen. Zijn kantoor ontwerpt uitsluitend houten en biobased gebouwen. Bruggink is een voorstander van bipfilisch ontwerpen: gebouwen die hun bewoners/gebruikers in bewust contact brengen met de natuur.
Beluister ook de HoutbouwCast (7) met Daan Bruggink en Diederink Veenendaal
Daan Bruggink is ook spreker op de Houtdag 2025.



