Niet te bescheiden, houtontwerpers!

Beeld gegenereerd met AI

Je krijgt wel eens de indruk dat architecten en bouwers zo’n beetje marketing hebben uitgevonden. Mooie praatjes, glossy folders, zelfs als er nog geen schep in de grond gegaan is. Maar dat is maar één kant van de medaille. Soms mag het best wat luider, allemaal.

Wanneer dan? Nou, bijvoorbeeld als je een tof project in houtbouw hebt opgeleverd. En dan niet alleen als je daartoe uitgedaagd wordt door onze marketing voor de Nationale Houtbouwprijs. Maar ook gewoon, op het moment dat het klaar is en je de foto’s in handen hebt.
Met name architecten moeten het natuurlijk ook wel van marketing hebben. Er zijn er maar weinig die zo’n behaaglijke portefeuille hebben dat ze helemaal geen reclame voor zichzelf hoeven maken, je moet gezien worden, opdrachtgevers moeten een goed gevoel bij je krijgen voordat ze contact met je opnemen voor die droomopdracht. Vandaar dat architecten vaak van die overdreven hippe en belevingsvolle websites hebben (die er vaak een uur over doen om op te starten of waar je simpele gegevens als een mailadres pas na heel lang zoeken op kunt vinden, of zelfs dan niet) en zich roeren op socials als LinkedIn en Insta.

Eigen website en socials


We denken allemaal tegenwoordig in termen van socials en websites, en veel minder aan persberichten. Als redacteur met enige (ahum) jaren ervaring in de vakbladen heb ik dat keihard achteruit zien lopen. Ik maak nog dagelijks bij binnenkomst op kantoor een rondje langs de postbakken, maar de tijd dat je daar steeds een handvol enveloppen kon oppikken is allang voorbij en ook in de elektronische postbak komt maar mondjesmaat nieuws binnen. Zelf producenten en fabrikanten met een nieuw product vergeten steeds vaker om een berichtje aan de vakpers te sturen. Mede dankzij de elektronica komen wij dan vervolgens heus wel aan ons nieuws: we speuren de socials af, volgen tal van nieuwsbrieven, en we corresponderen doorlopend met mensen in de markt en spreken mensen op congressen en bijeenkomsten.
Maar… een trots bericht van een paar regels met een mooie foto van je project/uitvinding/innovatie/ontwerp, daar zijn wij heel blij mee. We maken daar al snel een bericht van voor het magazine, de website of onze sociale en dan is je nieuws dus opeens duizenden ogen verder. En zien we er méér in, dan kan er zomaar een reportage of bespreking volgen door een vakjournalist met kennis van zaken. Dat is hoe de media werkt, al honderden jaren.

Best al veel inzendingen

Ik kom er op omdat ik momenteel bezig ben met de verwerking van de best al wel veel inzendingen voor de Nationale Houtbouwprijs 2025. De deadline daarvan is 1 september, ik weet het. Ik verwacht daarom dus nog veel meer inzendingen, dus dan is het slim om vooruit te werken. En het is leuk werk. Je komt oude bekenden tegen, waar we al in ons blad of op onze website aandacht aan besteed hebben. maar ook, en dát is de aanleiding, projecten waar we nooit van gehoord hebben. Kleinere maar ook best grote.

Maar een deel komt bovendrijven


Nu is het zo dat van alle inzendingen voor de Nationale Houtbouwprijs, uit de aard van de zaak, maar een deel echt komt bovendrijven. We hebben wel de ‘voorselectie’ ingevoerd: toffe projecten die meedingen voor de publieksprijs, maar de echte aandacht van ons en andere media gaat uiteindelijk naar de genomineerden en de winnaars.
Terwijl… daar zitten echt leuke projecten tegen. Esthetisch, technisch, origineel. Inzendingen voor de Nationale Houtbouwprijs leiden dan ook heel regelmatig later nog eens tot een artikel, buiten de prijs om. En dat is eigenlijk wel gek, dat je als redacteur een prijs nodig hebt om een persbericht binnen te krijgen voor een artikel waar iedereen wat aan heeft. Dus… gedenk uw vaktijdschrift, ook in prijsloze tijden!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.