Hortus Ludi van kruislaaghout refereert aan roomse omgeving

Locatie: Dobbelmannweg Nijmegen. Ontwikkelaar en bouwer: Dura Vermeer Bouw Zuid, Den Bosch. Architect: Architectuur MAKEN, Rotterdam. Constructeur: Croes Bouwtechnisch ingenieursbureau, Nijmegen. Bouwfysisch advies: Buro Bouwfysica, Capelle aan den IJssel. Leverancier CLT, glulam, houtconstructeur: Laminated Timber Solutions, Moorslede (B). Gevelbekleding: FRX van Foreco, Dalfsen. Vlonders en pergola’s: WaxedWood Gold, Foreco, Dalfsen. Kozijnen en ander geveltimmerwerk: Finti, Haaksbergen. Oplevering: januari 2023.

Het vroegere klooster van de ‘Zusters van het Gezelschap van Maria’ in Nijmegen, beter bekend als het Dobbelmannklooster, heeft nog altijd twee tuinen volgens historische typologie: een Hortus Contemplatis, voor meditatie en gebed, een Hortus Catalogi voor kruiden en groenten. Daar hoort een derde bij, de Hortus Ludi, een plek voor ontspanning en spel. Het houten woningproject met die naam is er de hedendaagse interpretatie van. Een initiatief van Dura Vermeer, die de woningen in CLT realiseerde.

De twee gebouwen waarin de grondgebonden woningen zich bevinden liggen aan de Dobbelmannweg, op een perceel dat onderdeel uitmaakt van het kloosterterrein waarvan de kerk nog aan de Groenestraat staat. Het terrein ontstond ten tijde van de katholieke emancipatie, begin 20e eeuw. In onderlinge samenhang verrezen er in korte tijd een klooster waar de ‘Zusters van het Gezelschap van Maria’ woonden, een lagere school, een meisjespensionaat, een noviciaat, een kloosterkapel en een bewaarschool. Drie gebouwen werden in de tweede helft van 20e eeuw gesloopt. Andere gebouwen, waaronder het klooster, werden in 1976 gekraakt, in 1990 werd die bewoning gelegaliseerd. In ‘De Dobbelmann’ wonen en werken nu kunstenaars. Dat pand staat naast Hortus Ludi en heeft een deel van de tuin ingericht als Hortus Catalogi. De nieuwe houten woningen  staan op de plek van de gesloopte basisschool.

Tender zonder veel specifieke eisen

Voor de nieuwbouw werd een tender uitgeschreven. ‘Er was geen uitgebreid pakket van eisen van de gemeente Nijmegen’, zegt Robert-Paul Jansen, hoofd Klant, Markt & Maatschappij bij Dura Vermeer. ‘We mochten hier tot wel 30 woningen realiseren. Ik heb na de tender een aantal voorstellen van andere ontwikkelaars gezien: dat waren plannen met een parkeergarage voor meer dan 40 auto’s, waarbij het hele terrein zou worden volgebouwd met betonnen gestapelde woningen. Wij wilden het anders aanpakken.’


Onder andere wilde Dura Vermeer in de tijd dat de tender speelde graag in CLT gaan bouwen. Nina Aalbers en haar partner Ferry in ’t Veld, eigenaren van het 14 medewerkers sterke bureau Architectuur MAKEN in Rotterdam, werden al snel bij die plannen betrokken. ‘Het idee was om hier luxe stadsvilla’s te realiseren van hout. De locatie ligt gunstig ten opzichte van het centrum, het Goffertpark en bijvoorbeeld ook ten opzichte van de Radboud Universiteit, grote werkgevers in deze stad. Er zou dus wel vraag zijn naar luxe woningen. We wilden graag iets met de historie van deze plek doen en tegelijk duurzaamheid als integraal onderdeel van het architectonisch ontwerp in het plan doorvoeren.’

Poortgebouw van fijn metselwerk



Wat betreft de belangstelling: dat kwam wel uit. Alle 11 woningen van Hortus Ludi waren ruim voor de oplevering verkocht. In de vormgeving speelden een paar randvoorwaarden wel een rol. Zo dienden de woningen allemaal een adres te krijgen aan de Dobbelmannweg. Dat is opgelost door een poortgebouw in verfijnd metselwerk te realiseren. De bewoners komen in principe door dat poortgebouw binnen om hun voordeur te bereiken en delen daarmee een postadres. Het bevordert de ontmoeting tussen de bewoners.
In het poortgebouw en in de gezamenlijke tuin komen ze elkaar tegen. Aan de binnenzijde van het poortgebouw zijn de houten gebinten zichtbaar gebleven en is het plafond afgetimmerd met grof triplex en de wanden met osb-plaatmateriaal. Het gebouw is grotendeels met hergebruikte materialen gemaakt: een afgedankte stenenpartij, plastic leien en isolatiemateriaal uit een renovatieproject in Den Bosch. De vloer is bestraat met hergebruikte klinkers. Het is aan de bewoners om samen te bepalen waar het poortgebouw voor gebruikt gaat worden. Het gebouw heeft iets van een kapel en dat refereert natuurlijk weer aan de omringende architectuur.

4 bouwlagen in 12 meter

Een voor de nieuwbouw ingrijpende regel in het bestemmingsplan is de maximale bouwhoogte van 12 meter. Het leidt tot een relatief steil schuin dak, met sedum bedekt, dat overgaat in een plat dak, waar de zonnepanelen staan en de buitenunits van de warmtepompen waarmee de huizen verwarmd worden. ‘Dat leidde tot een schuinstaande triangelvorm, daar is nog veel aan gerekend’, vertelt Rens Jacobs, bouwkundig ingenieur van het project namens Dura Vermeer. ‘Met CLT is het echt omdenken, hoe al die houten panelen elkaar ondersteunen en stevigheid geven. Gelukkig kon de leverancier van de balken en kolommen en het CLT, Laminated Timber Solutions, daar vergaand in meedenken.’

Gelamineerder kolommen en liggers


Een ander aspect van de geringe hoogte waarover de gewenste vier verdiepingen moesten worden verdeeld, gecombineerd met een royale beukmaat, 6,30 of 6,80 meter, is de opbouw van de vloeren. Aalbers: ‘Zulke overspanningen haal je niet gemakkelijk met CLT. Of je moet heel dikke platen gaan gebruiken en dat is niet efficiënt.’ Gekozen is voor een constructie met glulam kolommen en liggers: relatief dunne platen kruislaaghout, van 10 centimeter die ondersteund worden door lange glulam balken die liggen op glulam kolommen. Op de CLT vloeren is in een lichtgewicht mengsel van eps-korrels met cement het leidingwerk aangebracht. Daarop is zogenaamd S3-plaatmateriaal aangebracht, dat bestaat uit twee platen Fermacell met daar tussen steenwol. Aalbers: ‘Zo zorgen we voor geluiddemping, isolatie en brandwering en hebben we de verdiepingen zo prettig hoog kunnen houden, conform Bouwbesluit. De draagbalken zijn dan wel weer zo dik dat volgens het Bouwbesluit sommige open ruimten niet als één verblijfsruimte gelden, en dat er dus onder andere extra ramen moesten worden ingetekend om volgens de regelgeving voor voldoende lichtintreding en ventilatie te zorgen.’
Aalbers tekende in elke woning een vide in tussen de begane grond en de eerst verdieping, veilig afgeschermd met een borstwering van CLT. De meeste bewoners kozen voor het handhaven van de vide, sommigen wilden toch liever een gesloten vloer.

Geen beton of staal in houten constructie


De gebouwen van Hortus Ludi, elf stadvilla’s van vier verdiepingen in twee gebouwen, zijn geheel van hout, er is geen beton of  versterkend staal nodig geweest voor de constructieve stevigheid. Daarvoor staat de schijfwerking van de platen CLT garant, die, 2,5 meter hoog, in de lengterichting op de fundering zijn gemonteerd met daar de draagbalken op en dan weer een laag CLT. Zoals de regels van de houtconstructie voorschrijven staan de kolommen technisch gesproken boven op elkaar dankzij een stalen knoop die door de vloerdelen heenloopt en waardoor de bovenliggende kolommen op de onderliggende staat. Ook de andere dragende wanden en de dakconstructie zijn van CLT.

Brandwerendheid is in veel opzichten een punt van aandacht geweest. ‘Bij de gemeente vonden ze een houten gebouw heel spannend, er is heel lang en veel over gesproken. Samen met onze constructeur en het bouwfysisch bureau zijn we tot een veilige oplossing gekomen’, vertelt Jacobs. ‘Alle verticale wanden zijn met gipsplaten afgedekt, alleen de plafonds en de kolommen zijn in het zicht gelaten. En dan nog zijn plekken waar verschillende kanten van het CLT aan elkaar raken, zoals boven in het dak, een punt van aandacht. De open gevelstructuur van de gevelbekleding was wat dat betreft ook een discussiepunt. We hebben voor de brandwerendheid over de isolatie van steenwol Cembrit-platen aangebracht en daar het raggelwerk op gemonteerd.’

Vergrijzende grenen gevels

De gevelbekleding is FRX van Foreco, grenen planken die natuurlijk vergrijzen die volgens een eigen methode verduurzaamd zijn en brandvertragend behandeld. Foreco is ook de leverancier van de pergola’s en de bescheiden houten veranda’s van de woningen. Dat is ook grenen, maar dan WoodWaxed Gold, voorbehandeld met een donkerbruine voorvergrijzer die eerst de indruk van tropisch hardhout geeft en daarna vergrijst. Ook de gevel, die nu nog goudkleurig oplicht in de zon, zal vrij snel vergrijzen. De kozijnen en omliggend geveltimmerwerk is van het Haaksbergse bedrijf Finti, dat Fins Grenen verduurzaamt en afwerkt zodat het vergelijkbaar duurzaam is als tropisch hardhout.

De kroonlijst van beide gebouwen heeft een ornamentiek die aansluit op de (veel kleinere) kroonlijst van de oude kloosterschool. Ook het groen van de deuren en kozijnen, het horizontale lijnenspel en de compositie van de gevelopeningen verwijzen naar de kloostergebouwen. Zo gaan de nieuwe houten gebouwen een relatie aan met de omgeving zonder die te kopiëren. In de houten ornamenten zijn overigens nestkasten voor vogels en vleermuizen aangebracht die nu al gevonden worden.

De fundering van Hortus Ludi bestaat uit een Hectar EPS bekistingsvloer, een product van Kingspan: de betonvloer wordt gestort in een bekisting van EPS die ongeveer een halve meter rond het gebouw uitloopt en zo een vorstvoet vormt. In de Nijmeegse bodem zijn heipalen niet nodig dus beide gebouwen staan geheel op deze relatief lichte en goed geïsoleerde vloer.  

Gezamenlijke tuin en poort

Het Houtblad kwam eind december langs bij Hortus Ludi, de woningen werden net opgeleverd, de tuin moest nog grotendeels worden aangelegd. Alle woningen hebben in een buitenberging een waterton staan waar ze zelf water uit kunnen tappen. Als de ton te vol is loopt hij over in een drainagesysteem dat onder de tuin ligt. In de tuin komt beplanting die samen met een ecoloog is afgestemd op de aanwezige fauna, maar het staat de bewoners vrij om op de gezamenlijke grond, waar een openbaar toegankelijk wandelpad langsloopt, ook een moes- of bloementuin te beginnen. Aalbers: ‘Misschien gebruiken de bewoners het poortgebouw wel voor het drogen en opslaan van de opbrengst van de gezamenlijke tuin.’