Bij massief hout, of engineerd timber gaat het altijd over allemaal plankjes van relatief zacht hout die op en aan elkaar worden vastgemaakt om balken en planken te vormen waarmee je kunt bouwen. Wat zijn er voor varianten en waar bestaan ze uit?
Massief hout
‘Massief’ is niet de goede vertaling van het bijvoeglijk naamwoord in ‘mass timber’ of ‘Massivholz’, zoals je dat in de internationale pers tegenkomt. Met ‘massief’ bedoelen we in Nederland immers juist dat iets door-en-door van hetzelfde materiaal gemaakt is. Zoals massief goud. Massief hout is dus eigenlijk juist hout uit één stuk. Waar je overigens ook heel goed mee kunt bouwen, wat al millennia gedaan wordt.
Het moderne bouwmateriaal van hout, gelamineerd hout, is juist niet massief op die manier. Want het bestaat uit heel veel samenstellende delen. Die zijn wel allemaal van hout – meestal van relatief zacht naaldhout. Daarom wordt er soms ook van soft lumber gesproken. Van die onderdelen wordt mass timber, engineered wood of Massivholz gemaakt.
Vingerlassen
De vingerlas vormt de basis van alle samengestelde houten balken en panelen, maar ook van ‘gewone’ raam- en deurkozijnen: gezaagde en geschaafde balken op gelijke dikte worden in de timmerfabriek aan de kopse kanten getand ingezaagd. Op en in die tanden wordt lijm aangebracht waarna de balken onder druk aan elkaar worden gelijmd. Zo krijg je een in principe eindeloos doorlopende balk of plank. Die kun je op elke gewenste lengte afzagen. Bij (kruislings) gelamineerde producten gaat het om samenstellingen met planken, die ‘lamellen’ worden genoemd. Deze lamellen worden dus gezaagd uit zo’n door vingerlassen verbonden eindeloze lamel.

Glulam, gelamineerde spanten
Gelijmde spanten en balken bestaan al decennia. Bij dit glulam (glue laminated, lijm-gelamineerd) wordt een groot aantal lamellen op elkaar gelijmd waarbij de nerf, de groeirichting van de lamellen, altijd steeds dezelfde oriëntatie heeft. Er wordt dus eigenlijk een stapel planken op elkaar vast gelijmd.
Die verlijming, onder druk, is zó sterk dat er een zeer sterke balk ontstaat die tientallen meters kan overspannen of als draagbalk kan dienen. Hoe meer lamellen op elkaar gelijmd zijn, des te dikker de balk, hoe groter de overspanning en de draagkracht. Omdat het hout allemaal in dezelfde richting ligt kunnen gelamineerde balken iets krimpen of uitzetten in de lengte, net als ‘gewoon’ hout.


Kruislaaghout (CLT)
Cross Laminated Timber bestaat uit meerdere lagen van aansluitend naast elkaar geplaatste lamellen die steeds kruislings op elkaar zijn verlijmd. Het zijn dus dikke platen van lagen lamellen waarbij de groeirichting van het hout om-en-om haaks op elkaar ligt. Het materiaal is daardoor stijver en krimpt of zwelt niet.

Spijkergelamineerd (NLT)
Nail Laminated Timber is hout dat aan elkaar is vastgemaakt om het zo te versterken met behulp van spijkers. Zo doen timmerlieden het al eeuwen: spijker een aantal latten of planken aan elkaar, op elkaar of kruislings over elkaar heen en je hebt een sterkere balk of vloer of een sterker dakbeschot gerealiseerd.
Deuvelgelamineerd (DLT)
Dowel Laminated Timber is een manier om te lamineren zonder het gebruik van lijm. Een machine, een robot of een mens schiet met een speciaal pistool deuvels, spijkers van hardhout, in voorgeboorde gaten in naaldhout. De truc is dat het vochtgehalte in de hardhouten (meestal van beukenhout) deuvels aanzienlijk lager is dan in de lamellen van naaldhout. De ingebrachte deuvel neemt vocht op en zet uit. Zo komt alles klemvast op elkaar te zitten. De techniek wordt vooral gebruikt voor het verbinden van lamellen terwijl ze in de lengterichting naast elkaar liggen, zo ontstaat een constructieve houten plaat.

Deuvelgelamineerd CLT
Is een tamelijk recente ontwikkeling (sinds 1998) waarbij kruislaaghout met deuvels gelamineerd wordt. Aan deze platen van meerdere lagen naast elkaar liggende lamellen, kruislings op elkaar bevestigd, is dus geen lijm van pas gekomen, alleen maar hout. Dat wordt als extra milieuwinst gezien door ecologisch geïnspireerde bouwers en er is zeker geen sprake van delaminatie, bijvoorbeeld bij grote hitte door brand.


Gelamineerd fineer (LVL)
Laminated Veneer Lumber lijkt op glulam, maar het wordt niet van houten lamellen maar van houtfineer gemaakt. Fineer is hout dat van een boom gewonnen wordt door de stam in de lengte te draaien langs een mes: het hout wordt er dus min of meer afgeschild. Bij LVL worden laagjes van dit fineer, steeds met de nerf in dezelfde richting, op elkaar gelamineerd. Wat resulteert in balken die sterker en dunner kunnen zijn dan glulam.

Baubuche
De hier boven beschreven gelamineerde houtproducten worden allemaal van zachthout, naaldhout gemaakt, soms in verschillende samenstellingen. CLT bestaat bijvoorbeeld vaak uit een aantal lagen sparrenhout aan de binnenkant met dennenhout aan de zichtkant(en). Maar er wordt ook in toenemende mate loofhout gelamineerd. Het beste lukt dat tot nu toe met beukenhout (Buche, in het Duits). Ook beukenstammen kunnen geschild worden waarna de schillen onder druk met lijm aan elkaar vastgemaakt kunnen worden. Beukenfineer bestaat natuurlijk al veel langer, vandaar dat van Bouwbeuken gesproken wordt, Baubuche. Er bestaat overigens ook kruislaaghout van beuken. Gelamineerde producten van beukenhout zijn (nog) sterker dan van zachthout. De materialen kunnen met kleinere diktes meer krachten opvangen en dus bijvoorbeeld ook grotere overspanningen dragen.




