Een gebouw in het landschap plaatsen vereist een delicaat ontwerp. Als het dan ook nog fors van omvang is, moet de architect alle zeilen van zorgvuldigheid bijzetten om in de toon van de natuur te blijven. Nieuw Hydepark, een schitterende karteling in strakwit en warm roodbruin, is een schoolvoorbeeld van verscheidenheid in bescheidenheid.
Nederigheid past ook omdat het gehele terrein rijk is aan geschiedenis, en dat kostelijke porselein banjer je niet zomaar aan scherven. In het complete artikel van Hans de Groot uit Het Houtblad 2/2017 is meer te lezen over de geschiedenis. In 1951 werd het landgoed Theologisch Seminarium van de Nederlandse Hervormde Kerk voor studieweekeinden, conferenties en synodes. Zeventien jaar later kwam het nieuwgebouwde F.D. Roosevelthuis erbij, een diaconaal vakantieoord voor mensen met een beperking (1968). Op het centrum werd in 2004 de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) opgericht.
Hele opgave
Schat aan natuurbeleving Conferentiecentrum en vakantiehotel raakten verouderd en ook de exploitatie begon te nijpen. Daarom viel de beslissing beide faciliteiten in één gebouw onder te brengen, waardoor de begroting beter zou sluiten: Nieuw Hydepark. Het was een hele opgave de nieuwbouw de glans en glorie in te bedden. ‘Bij het ontwerp hebben we goed gekeken naar zowel de geschiedenis als naar de bijzonderheden in het landschap,’ vertelt architect Britta van Egmond (Van Egmond Totaal Architectuur Noordwijk).
IJl bos
Het interieur is niet overal tot op de seconde bij deze tijd gehaald. De binnenaankleding is gefinancierd via zondagcollectes in PKN-kerken. Maar er is ook kritisch gekeken naar de meubels die konden worden hergebruikt. Verder zijn inrichtingselementen uit het Oude Roosevelthuis, zoals een penduleklok, als vertrouwde waardes meeverhuisd. Daardoor wordt het moderne karakter wel enigszins gerelativeerd. In de hal en enkele corridors liggen keramische tegels, enkele ruimtes hebben grijzig tapijt, en veel vloeren zijn voorzien van onderhoudsarm pvc met een
noten print.
Juiste mystiek Alle ruimtes zijn licht door de aanwezigheid van grote glaspartijen, waardoor het gebouw vrijheid ademt. Er zijn gezellige bars, een openhaard, en de besloten kapel heeft de juiste mystiek door het prachtig geregisseerde licht dat getemperd vanboven en via een enkel verticaal streepvenster binnenvalt. Schitterend zijn de met eiken belegde doorloop en hellingbaan boven elkaar naar de paviljoens, beiderzij omzoomd door houten stijlen en glas. Je vedert er rankstaltig door een heel ijl bos.
Eén groot lichtpunt
Het complex is in kalkzandsteen met betonnen breedplaatvloeren. In restaurant en kapel zijn de stalen liggers met hout omklemd. Het hoofdgebouw is veruiterlijkt met een lichte, gemêleerde baksteen die met de tinten van de seizoenen meekleurt. Britta van Egmond: ‘Het gebouw wordt zo één groot lichtpunt.’ Bij alle horizontaliteit zijn de meranti puien en kozijnen verticaal geordend. Deels zijn ze wit geschilderd, met name op de eerste verdieping, voor het overige deel op de begane grond en de tweede etage bruin geverfd. Ook is gespeeld met metselverbanden, zoals bij de kapel op tweehoog aan de parkkant. Dat hier het godsdienstig hart ligt, krijgt accent doordat de twee boekachtige gevelvlakken als een Bijbel opengaan. Verder zijn de penanten tussen de kozijnen opgevuld met verticale gevelbekleding (20 x 137 mm) van de Braziliaanse houtsoort sucupira amarela (officieel: mandioqueira), van Van den Berg Hardhout. Het valt in de hoogste houdbaarheidsklasse 1 (bovengrondse toepassing). Beide houtsoorten zijn FSC-gecertificeerd.
Beeldgelijk maar beeldverscheiden zet deze materialisering zich voort in de paviljoens. Lees daarover meer in het complete artikel van Hans de Groot uit Het Houtblad 2/2017.



