Houten gebouwen hebben uitdagingen op akoestisch vlak bij lage frequenties. Normen voor juist die lage frequenties zijn niet opgenomen in bouwwet Bbl, omdat dit fenomeen zich niet in betonbouw voordoet. Op een bijeenkomst in Amsterdam pleitten meerdere deskundigen voor het veranderen van de regels.
De bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger was de voorlopig laatste in een serie gratis sessies onder de eigenaardige titel ‘Houtbouw is goud, maar kan ook fout’, georganiseerd door De Houtbouwopleider, een initiatief van SHR. De grote zaal van het Amsterdamse cultuur- en debatcomplex was goed gevuld met geïnteresseerden. Het thema was ‘akoestiek’.
Flinke gereedschapskist
Geheel in lijn met de titel van de serie was de stemming enigszins gedrukt, want in vrijwel alle presentaties en in de daarop volgende twee forumgesprekken speelden de uitdagingen rond geluid een rol. Er waren veel deskundigen op het vlak van akoestiek uitgenodigd, die er in gespecialiseerd zijn om mogelijke geluidsproblemen tegen te gaan en dat in de dagelijkse praktijk ook doen. Er is een flinke gereedschapskist om de akoestiek aan te pakken: waar het ontkoppelen van bouwdelen en het toevoegen van massa de belangrijkste zijn.
Zo gezien is er in de werkelijke bouw niet veel aan de hand, over ernstige klachten van bewoners of gebruikers wist bijna niemand voorbeelden. Het ontbreken van een normatief kader voor de akoestische prestaties van gebouwen in de lage frequenties was het echte probleem dat op tafel lag.
Suizende buizen
Het meest concrete voorbeeld van slechte akoestiek gaf Job Kuipers van Woody Builders. Zijn bedrijf bouwde inmiddels drie houten kantoorgebouwen vlakbij elkaar op Campus Werkspoor in Utrecht. Vooral HoutWerk I was daarbij een gebouw dat ‘Een gewoon gebouw, omgezet naar hout’ was, volgens Kuipers. Er was dus niet vanuit houtbouw begonnen te denken. Kuipers somde op dat de vloeren er licht trillen als er mensen overheen lopen, dat de ventilatiebuizen die door de ruimten lopen relatief smal en bochtig zijn, waardoor je de lucht hoort suizen, en over de akoestiek van scheidingswanden en de verdeling van ruimten had ook beter nagedacht kunnen worden: vooral als er gebiljart of getafeltennist wordt in het pand kunnen veel medegebruikers meegenieten. Tot echte klachten of vermindering van waarde van de kantoorruimte heeft het echter niet geleid, in een houten gebouw werken heeft veel andere voordelen, aldus Kuipers: ‘Hout is als een prettig virus, kom je er eenmaal mee in contact, dan raak je het niet meer kwijt en wil je er altijd in werken en wonen.’ In de twee volgende kantoorgebouwen zijn nieuwe inzichten verwerkt en is de akoestiek beter.







Dat het voor de bouwkolom prettig zou zijn als er heldere normen zouden bestaan voor de akoestiek in houtbouw is helder. Toon van Schijndel, die bij bouwbedrijf Heijmans werkt: ‘Wij willen graag duidelijkheid. Geef ons heldere regels, en dan dealen we ermee.’ Van Schijndel had eerder op de avond al geleerd (onxder andere uit een presentatie van Maarten Luykx, van bouwadviesbureau Peutz, kwam dit naar voren, dat schuimbeton op houten vloeren een akoestische absolute no-go schijnt te zijn. Zijn bedrijf had kortgeleden een appartementencomplex met precies zulke vloeren opgeleverd en alleen maar tevreden reacties van bewoners ontvangen. Het Houtblad kent ook zelf vrij veel gebouwen, vooral uit de begintijd van de houtbouw in Nederland, waar schuimbeton naar tevredenheid is toegepast.
Duurzaamheidsprincipes
Susanne Bron-Van der Jagt, van Level Acoustics&Vibration, dat veel in de theater- en concertgebouwwereld adviseert, benadrukte dat het zomaar toevoegen van massa, door het aanbrengen van veel materiaal, ingaat tegen het principe van spaarzaam ontwerpen en ook tegen duurzaamheidsprincipes. ‘Zelfs het toevoegen van meer hout, puur om de akoestiek te verbeteren, is vanuit het oogpunt van materiaal niet duurzaam.’ Zij pleitte voor innovatie, met name om heel precies alleen daar aanvullende maatregelen te nemen waar uit de berekeningen blijkt dat er een akoestisch probleem zou kunnen ontstaan, en op andere plekken niet. Dat spaart materiaal en kosten en is uit oogpunt van engineering ook het meest bevredigend.
Uitgangspunten definiëren
Waar de discussie eigenlijk niét over ging is het comfortniveau dat uitgangspunt zou moeten zijn voor de te volgen normen en regels. In het verhaal van Kuipers, over de kantoorbewoners die het geluid en de trillingen in hun HoutWerk I zonder klachten voor lief nemen kwam het naar voren. En ook vanuit de zaal werd de vraag gesteld of we eigenlijk niet veel te stille woningen en kantoren bouwen, waarbinnen elk klein geluidje dan extra opvalt en mogelijk als storend kan worden ervaren. Bovenburen die je doorlopend hoort lopen, zelfs als ze sokken aanhebben, kunnen gaan irriteren, net als de bassen van hun luid afgespeelde muziek. Maar, zo zei iemand, als je vlak naast een drukke weg woont valt datzelfde dreunen je veel minder op dan als je huis vrijstaand in een rustige wijk ligt. Ad van der Aa, van adviesbureau ABT wees erop dat we het bij geluidsoverlast niet meer over bouw- maar over gezondheidswetgeving hebben. De Engelstalige Delphine Bad Hagberg, van het Zweedse adviesbureau Acouwood, spreekt dan ook van metingen in het ‘annoyance’ bereik: houten vloeren hebben nu eenmaal de eigenschap dat ze precies daar akoestisch vibreren waar het menselijk gehoor gevoelig is. Bad Hagberg wist overigens te melden dat het bij CLT niet per se om de dikte van het materiaal gaat, maar om het aantal lagen: hoe meer lamellenlagen hoe beter de demping, ook als die dunner zijn.
Het gaat om annoyance
Is het gewenste comfort (of ‘annoyance’) niveau eenmaal vastgesteld, dan zouden heldere normen voor iedereen dienstig zijn, legde Koen Temmink van Nieman Raadgevende Ingenieurs het helderst uit van alle sprekers, die daar allen op hun eigen manier voor pleitten. De ‘lage frequenties’ zijn dus überhaupt niet opgenomen in de bouwwetgeving Bbl, die houdt de NEN-norm 1070 aan als leidraad, maar die zegt dus niets over frequenties onder de 100 Hz. De ISO 19488:2021 doet dat wél, is een internationale standaard en sluit ook vrij nauw aan bij de in de Duitstalige landen geldende regels en die in België. Die hebben overigens allemaal ook weer lokaal hun eigenaardigheden, een alomvattende Europese normgeving zou wenselijk zijn.
(Overigens meent Het Houtblad zich te mogen herinneren dat de Eurocode 5 ook het één en ander over normen voor akoestiek bevat, deze Europese wetgeving mag nationaal binnen een bepaalde bandbreedte worden geïntepreteerd, in houtbouwlanden tolereren bewoners en gebruikers trillingen vaak meer dan in andere landen, zie dit interview: Wim de Groot werkt aan de komende houtbouwwetgeving)
Nieuwsbrief Het Houtblad
Ben je al geabonneerd op de nieuwsbrief van het Houtblad? Elke woensdag het laatste houtbouwnieuws uit binnen- en buitenland. Ruim 5400 mensen lezen deze gratis nieuwsbrief.




ik snap deze zin noet, lijkt een fout. “dat schuimbeton op houten vloeren een akoestische absolute no-go schijnt te zijn” maar “alleen maar tevreden reacties van bewoners ontvangen” hoezo een no go als iedereen tevreden is?