De regering streeft naar een situatie waarin minstens de helft van allen nieuwe woningen industrieel worden gemaakt. Nu blijk je alleen al sterk te kunnen discussiëren wat ‘industrieel bouwen’ in houtbouw betekent. En dan, de hamvragen: gaat dat ook lukken, en kan dat er ook esthetisch en stedenbouwkundig goed uitzien?
Daarover voeren Bob Elzen (Treetek) die zich een ‘houtbouwer’ noemt en Emile van Vugt (FAAM Architects) die zichzelf en zijn collega’s ‘estheten’ noemt een nu en dan wat verwarrend gesprek, waarin ze het desalniettemin steeds eens blijken te zijn, al verstaan ze onder industriële houtbouw duidelijk verschillende dingen.
Het gesprek vond plaats tijdens de Dutch Desig Week, in het gebouw BLOK, een tijdelijk houten gebouw, ontwikkeld door JaJo en Blink waar allerlei biobased bouwmaterialen worden getoond.
Verschillend begrip van industriële houtbouw
Zowel FAAM als Treetek hebben in de afgelopen paar jaar honderden houten woningen gerealiseerd. Van Vugt blijkt een ‘enge’ definitie van industriële houten woningbouw te hanteren, hij bedoelt er vooral modulebouw mee, compleet in de fabriek afgewerkte 3D elementen die alleen of samengevoegd complete woningen vormen. Met dergelijke modules heeft hij een groot project lopen in Bosrijk in Eindhoven. De wijken Puur (CLT in 2D) en Rustenburgstraat (HSB met prefab sto-elementen), beide ook door FAAM ontworpen, om maar twee voorbeelden te noemen, vallen voor hem niet onder industriële houtbouw.
Bob Elzen ziet dat anders: door prefabricage in 2D en door steeds te kijken naar welk materiaal op welke plek het best in een houtconstructie kan worden toegepast kun je tal van uitdagingen aan (binnenstedelijk, optoppen, vrijstaande woningen van CLT met het uiterlijk van ’traditionele’ woningen, gestapelde bouw), en als je de constructieve kennis en ervaring hebt kun je in houtbouw dan nog altijd veel sneller bouwen dan welke traditonele bouwmethode dan ook.
Beluister hier de HoutbouwCast (of op je favoriete platform, zoals Spotify of Apple Play)
Van Vugt benadrukt zeer dat gebouwen ook fraai moeten zijn en in stedenbouwkundige settings moeten functioneren, zo moeten ze ‘alzijdig’ zijn, van alle kanten uitstraling hebben, en ook gewoon fraai, wat je prima kunt bereiken met eenvoudige middelen, ook in het geval van houten modules, een kwestie van er erop letten dat het er niet als gestapelde containers uit komt te zien.
Elzen heeft grote twijfels of het gaat lukken met die 50 procent industriële bouw. Met zijn achtergrond in de bouw van fabrieken in de automotive sector weet hij dat een doorgaand tempo essentieel is voor de efficiëncy en überhaupt het functioneren van een fabriek. De regelgeving en procedures in Nederland plus de onzekerheid over netcongesties en andere nutsvoorzieningen frustreren iedereen in de bouw, maar vooral ook de echte houten huizenfabrieken.
(Bekijk hier de aflevering op ons kanaal op YouTube)



