Traditioneel worden datacenters gebouwd met staal en beton. Dit onder meer vanwege de brand- en inbraakveiligheid. Deze materialen hebben echter ook een hoge CO2 uitstoot wat niet bijdraagt aan het toch al energie-intensieve karakter van datacenters in het algemeen. EcoDataCenter koos er daarom voor om in samenwerking met hoofdaannemer en specialist in massief hout ByggPartner een nieuw, schaalbaar model te ontwikkelen van massief hout.
Het eerste datacentrum dat volgens het nieuwe concept is gebouwd, staat in de Zweedse stad Falun. Het is opgetrokken uit kruislaaghout (CLT) wat de bekende voordelen oplevert. Het materiaal is sterk, duurzaam en heeft een relatief laag gewicht. Hiermee is een hoge mate van prefabricage mogelijk wat bijdraagt aan een kortere bouwtijd. Ook de gezondheidsvoordelen van houten gebouwen voor werknemers zijn goed gedocumenteerd én uiteraard levert het een belangrijke bijdrage aan het verlagen van de CO₂-uitstoot.

Prefabricage levert specifiek voor datacenters nog extra voordelen op. Een houten constructie is bijvoorbeeld eenvoudiger aan te passen aan koelsystemen en toekomstige behoeften van gebruikers. Door deze flexibiliteit zijn onder andere nieuwe leidingen of kabels eenvoudig aan te leggen door gewoon door het hout zagen.
Een belangrijke uitdaging voor het bedrijf was het overtuigen van hun (internationale) klanten dat het gebruik van massief hout de inbraak- en brandwerendheid niet zou verlagen. Het duurde even voordat het bedrijf kon aantonen hoe de brandveiligheid werkt maar inmiddels lijkt de markt te zijn veranderd. Verder zijn de brandveiligheidsoplossingen in de loop van het project verfijnd. Stora Enso’s CLT is nu goedgekeurd voor SK3-inbraakbestendigheid en voldoet daarmee aan de strenge veiligheidseisen.



