De gerealiseerde woningbouw in Nederland is de afgelopen jaren sterk achtergebleven ten opzichte van de plannen van de Regering. Dat concludeert de Rekenkamer. Van de uitgetrokken budgetten is minder dan de helft uitgegeven. Ook het aantal flexwoningen bleef achter bij de verwachting.
De Rekenkamer keek vooral naar de cijfers over 2025, toen Mona Keijzer minister van Volkshuisvesting was. Het streven was om 100.000 nieuwbouwwoningen te realiseren en om dit te stimuleren was er aan steun van het rijk voor gemeenten 731 miljoen euro uitgetrokken. Het totaal aantal is uitgekomen op 79.900 en uitgegeven is slechts 327 miljoen euro, waarvan een deel is doorgeschoven naar dit jaar.
Rijk kocht flexwoningen
De Rekenkamer bekeek dit keer extra de stimulering van flexwoningen. Van deze seriematig geproduceerde, vaak houten, verplaatsbare woningen werd vooral door minister Hugo de Jonge, maar ook door zijn opvolgster, veel verwacht. De huizen kunnen immers snel geleverd worden en voor een beperkte periode (meestal 15 jaar) neergezet op plekken waar nog geen definitieve bestemming voor gevonden is. Na die periode kunnen ze verplaatst worden. De regering vond dat zo’n goed idee dat er in 2022 bijna 2000 van die woningen op voorhand werden ingekocht. Met flankerend beleid zouden gemeenten op die manier snel plek voor ze kunnen vinden. En de huizenfabrieken zouden zo de continuiteit in de vraag krijgen om te kunnen opschalen. De Rekenkamer concludeert dat deze woningen veelal pas in 2025 ergens geplaatst zijn en dat er nog 400 helemaal geen plek hebben gekregen. Van het budget om flexwoningen te stimuleren is in 2025 45 miljoen op de plank blijven liggen.
Geen zekerheid over herplaatsing
De onderzoekers concluderen dat het verhogen van overheidsuitgaven niet per se leidt tot versnelling van de woningbouw. Als reden voor de matige resultaten met de flexwoningen werd gevonden dat betrokken gemeenten en projectontwikkelaars tegen knelpunten aanlopen. Zo zijn locaties zijn moeilijk te vinden en wordt de financiering van flexwoningen vaak als risicovol gezien: verwachte huurinkomsten zijn meestal lager dan de kosten, omdat ze tijdelijk zijn. De kamer stelt vast dat de kwaliteit van de woningen sterk is verbeterd, maar dat dit de ontwikkelaars nog geen zekerheid geeft dat een flexwoning na verloop van tijd naar een andere plek kan verhuizen. De overheidsbijdrage voor een flexwoning steeg in 2025 tot € 14.000.
Altijd op de hoogte?
Verdieping en inspiratie voor je houtbouwontwerpen? Een abonnement op Het Houtblad ontsluit decennia aan kennis. Lees het blad in print of online of krijg ‘alleen’ toegang tot al onze dossiers en achtergrondartikelen… We bieden drie soorten abonnementen aan.



