Ga naar hoofdinhoud

Houtbouwcongres dag 2: de details in duiken (plus video)

De tweede congresdag van het Deutscher Holzbau Kongress in Berlijn ging aanmerkelijk meer de diepte in dan de eerste. Met verschillende keuzedelen was het aardig FOMO. In Oostenrijk bestaat er een checklist voor wie verantwoordelijk is voor de aansluiting van een kozijn op een houten bouwdeel.

Daar was namelijk nog wel eens verwarring over, terwijl het precies daar, én bij de fundamenten van een houten gebouw, snel mis kan gaan wat betreft de vochthuishouding. Dr. Sylvia Polleres, Oostenrijkse houtbouwonderzoeker bij Holzforschung Austria is heel gedecideerd over funderingen: die moeten van mineraal materiaal zijn en in principe 15 centimeter boven het maaiveld uitsteken. Er zijn mogelijkheden om die fundering te verbergen, maar dan moet daar veel aandacht aan besteed worden.

Polleres: ‘Er worden steeds weer pogingen ondernomen om ook kelders en fundamenten van hout te maken, ik ken ze. Maar ik ben er geen voorstander van.’ Een nog heikeler onderdeel zijn de aanslutingen van houten wanden van HSB of CLT op (betonnen of houten) balkons. De aanslutingen moeten op welbepaalde plaatsen zeer goed waterdicht gemaakt worden. Daarbij bestaan er in de Oostenrijkse bouwwetgeving ook regels over tijdelijke hoosbuien: Boven de normale opstand en afdichting moet een aansluiting ook erop berekend zijn om bijvoorbeeld gedurende 30 minuten een waterlast te verdragen, die na die tijd via de geëigende weg wegstroomt. Hier komen de aansluitingen van ramen en balkondeuren aan de orde. Ook al omdat in het Duitse taalgebied ‘barrièrevrij’ gebouwd wordt: drempelloos. Alles inkitten of afplakken kan zijn eigen vochtproblemen met zich meenemen en gevelopeningen moeten ook al voorbereid zijn voor de kozijnenplaatser. In de praktijk levert dat discussies over verantwoordelijkheden op. Daarom is er een checklist gemaakt die de uit te voeren handelingen beschrijft en wie voor de uitvoering daarvan verantwoordelijk is.

Faseverschuiving en oriëntering essentieel

Het bekende ingenieursbureau Pirmin Jung heeft een afdeling die zich speciaal bezighoudt met de opwarming van houten gebouwen Joans Langbehn geeft leiding aan die afdeling. De veronderstelling dat houten gebouwen sneller opwarmen dan minerale gebouwen is niet geheel terecht.

Weliswaar hebben ze minder massa, maar de faseverschuiving gaat door biobased materiaal sneller. Dat betekent dat de warmte misschien eerder binnen is, maar ook sneller naar buiten kan. Dan moet er wel effectief gelucht worden, met name in de avond en nacht. Langbehns afdeling kijkt in een vroeg stadium mee. Grote ramen zijn een uitdaging en moeten vermeden worden, of dan liever niet op het zuiden. En overstekken en schaduwlamellen kunnen heel veel schelen. Langbehn had overigens onrustbarende cijfers over Zwitserland bij zich, waar Pirmin Jungs hoofdzetel is (zelf werkt hij op de Duitse vestiging): Het Alpenland heeft nu al te kampen met duidelijk aantoonbare permanente temperatuurstijgingen en alles wijst er op dat dat snel erger wordt.

Grote houten gebouwen

In een keuzeblok over de bouw van grote gebouwen met hout (Duitsland wil 400.000 woningen per jaar bijbouwen, dat kunnen niet alleen eengezinswoningen zijn) kwamen verschillende archtiecten aan het woord. Zoals Elise Pieschetsrieder. Zij is verbonden aan architectenbureau weberbrunner in Berlijn dat verantwoordelijk was voor de bouw van een bijzondere huurflat in Winterthur, Zwitserland. Dit gebouw, op terrein van de familie Hagmann, die rijk geworden is van de houthandel, is op de betonnen vloeren na geheel van hout gemaakt.

Andrew Waugh

Ook Andrew Waugh behoorde tot de sprekers. De bekende Londense architect was daarmee de enige niet-duitssprekende op het hele congres. Hij vertelde onder andere over zijn grootste lopende project in Bergen, Noorwegen, waar een drijvende houten stad moet komen op ene meer tussen twee stadsdelen. Er gaat zoveel glulam en CLT in dat project, dat er in de stad Bergen een houtindustrie voor kan worden begonnen, die dan ook later profijtelijk kan blijven.

Een Nederlands tintje zat er aan de enige voordracht van een fabrikant. Moritz Michelis mocht tijdens een blok over grondstoffen en urban mining vertellen over het terugname-systeem van Derix, waar hij verkoopleider is. De fabrikant van glulam en CLT besloot vorig jaar van de ene op de andere dag een terugnamegarantie te geven op zijn producten: wordt het gebouw gesloopt, dan wil Derix het materiaal wel hebben. Het idee was ontstaan, legde Michelis uit, tijdens de bouw van Circl in Amsterdam voor ABN Amro. Ook de Triodos Bank kwam nog langs, het gebouw waarvan de bouwdelen allemaal zijn ondergebracht in een databank voor latere toepassing in andere gebouwen.

Het Deutscher Holzbau Kongress, was bij tijd en wijle erg gericht op de Duitse situatie en bouwwetgeving. Toch bleek het een bron voor allerhande manieren om dieper door te denken over houtbouw en om geïnspireerd te raken. De organisatie kondigde een volgend congres aan, volgend jaar, op dezelfde plek in Berlijn.

Lees hier over de eerste dag van het congres

Jan Maurits Schouten, hoofdredacteur van Het Houtblad, was er bij in Berlijn en maakte deze videoimpressie van het tweedaagse congres.

Eén reactie op “Houtbouwcongres dag 2: de details in duiken (plus video)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Op de hoogte blijven van alles wat er speelt in de hout- en bouwsector? Word abonnee op Het Houtblad! Abonneer