Het officiële aantal bezoekers was 3020, en daar waren op het laatst nog zeker honderd mensen bijgekomen. Het Internationales Holzbau-Forum in de Oostenrijkse stad Innsbruck brak alweer een record. Onder de deelnemers uit 41 landen was ook een groep Nederlanders, waaronder opvallend veel sprekers. Het Houtblad koos zich een weg langs de interessantste lezingen gedurende het driedaagse houtkennisfeest.
(Lees hier onze bespreking van het productnieuws op het Holzbau-Forum)
Want dat is steeds een uitdaging in het Kongresszentrum van Innsbruck, dat in zijn geheel door het Forum in beslag wordt genomen: waar gaan we heen? Wat gaan we bezoeken? Er zijn namelijk, naast een aantal plenaire sessies in de grote zaal Tirol, die met 3000 bezoekers nog niet geheel gevuld is, elke dag in vijf andere zalen break-out sessies gaande. De keuze voor de ene lezing betekent noodzakelijkerwijs het missen van de andere lezing. Zo misten wij van de Nederlandse presentaties die van Yaike Dunselman (9graden architectuur), onder veel meer bekend als winnaar van de categorieprijs particuliere houtbouw van de Nationale Houtbouwprijs van 2022. Hij hield een dubbelpresentatie over de zeer biofiele Klinik Arlesheim die zijn bureau in samenwerking met BSS Architekten ontwierp. In dezelfde break-out sessie sprak ook Lidia Egorova van het Amsterdamse Space&Matter, onder veel meer architect achter de houten woonwijk Common Woods. Haar onderwerp was de combinatie tussen houtbouw en hergebruikte materialen.
Nieuwe toepassingen van hout
Wel waren we bij de presentatie van Marije ter Steege, die een lezing hield over de investeringen en doelen van TNO BioBuilt. Dat opent binnenkort officieel de nieuwe locatie in Zoetermeer waar geëxperimenteerd wordt met zelfgemaakt CLT van onder andere hergebruikt hout en met biobased plaatmateriaal en isolatiemateriaal van Nederlandse teelt. Ook zagen wij een presentatie door Stefan Prins van Powerhouse Company over Valckensteijn, winnaar van de Nationale Houtbouwprijs 2025 in de categorie seriematige houtbouw. Het was, voorzover wij konden overzien, het grootste houten gebouw dat dit jaar in Innsbruck werd besproken, op Atlassian na, het 180 meter hoge gebouw in Sydney, Australië, waarover Andreia Teixeira, architect bij SHOP Architects kwam vertellen. Atlassian bestaat uit een staal-betonnen bouwwerk dat steeds tussen twee betonnen ‘superfloors’ in drie geheel houten verdiepingen heeft. Stefan Prins vertelde dat zijn bureau overweegt om in De Hofpleintoren die zijn bureau nu ontwikkelt in Rotterdam, een betonnen woongebouw van 286 meter, vloeren van hout te installeren, een vergelijkbare manier om betonbouw een stuk duurzamer te maken.



Prins sprak op vrijdag, twee dagen eerder opende het Internationales Holzbau Forum met wat het een ‘Prolog’ dag noemt. Wat er zo anders is aan die eerste congresdag ten opzichte van de tweede of de derde is niet één-twee-drie duidelijk. Het enige verschil is de plenaire opening in de ochtend. Er zijn dan nog geen break-outs. Overigens zijn in alle ruimten vertalers aanwezig die vanuit het Duits naar of van het Engels of het Frans vertalen via koptelefoons die bij de deur te pakken zijn. De voertaal onder de sprekers is overwegend Duits. Ook het leeuwendeel van de bezoekers komen uit de zogenaamde DACH landen (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland).
Stimulering van duurzame bouw
Het plenaire deel begon in tamelijke mineur: Matthias Dieter, van het Thünen Institut in Hamburg, een instituut dat onderzoek doet naar en de regering adviseert over landbouw, visserij en bosbouw, schetste een beeld van de bossen en de houtproductie die niet per se vrolijk stemt. Duitsland herstelt nog altijd van de keverplaag en de stormen die grote delen van vooral de Noordelijke bossen hebben aangetast. Hij adviseert overheden om plannen klaar te hebben om als weer zoiets gebeurt meer van het omgevallen hout te redden. Daarnaast is het duidelijk dat de Europese bossen gaan veranderen en dat de houtvraag stijgt. Zowel het beter leren benutten van loofhout alsook het herwinnen van gebruikt hout zijn essentieel om aan de vraag van de houtbouw te kunnen blijven voldoen.
Na hem kwam Wolfram Kübler, werkzaam bij het Zwitserse ingenieursbureau WaltGalmarini. Zijn voordracht nam nogal een hoge vlucht maar kwam er op neer dat de ontwikkelingen naar meer ecologisch bouwen niet bij houtbouw moeten stoppen maar naar alle aspecten van de bouw en afbouw moet kijken om zo de ‘graue Energie’ zoveel mogelijk tegen te gaan. Daarmee wordt alle CO2-uitstotende activiteit bedoeld die rond de productie van een gebouw wordt uitgestoten.
Christiane Conrads werkt bij accoutancybureau PriceWaterhouseCoopers en benadrukt dat ook in de wereld van het grote geld biodiversiteit en klimaatontwikkelingen rond bouwontwikkelingen steeds belangrijker worden. Ze verdeelt dat belang in in ‘fysische’ en ’transitorische’ invloeden. Onder fysisch vallen zaken als koeling en verwarming van te ontwikkelen gebouwen, rekening houden met wateroverlast door stortregens maar ook het ruimtebeslag van gebouwen en de schaarste aan bouwmaterialen. Onder ’transitorisch’ verstaat Conrads onder andere de veranderende wetgeving waaraan de bouw moet voldoen: is een gepland bouwproject nog wel compliant als het eenmaal in uitvoering komt? Ook reputatieschade voor de opdrachtgever, de bouwer en andere betrokkenen bij een onverantwoord bouwproject hoort in dit rijtje. Conrads gaat er promotieonderzoek naar doen.
Een bankier die al lang overtuigd is van duurzaam bouwen is André Meyer, van de GLS Gemeinschaftbank in Bochum, die ook in Nederland actief is. Ook hij ziet die fysische en transitorische risico’s die op de (financiering van de) bouw toekomen. Banken worden door regelgeving, met name de ESG-regelgeving (Environmental, Social, Governance) steeds meer aangezet die risico’s in beeld te hebben en aantoonbaar te maken dat ze hun geld duurzaam beleggen (zie ook onze Houtbouwcast over dit onderwerp), een duidelijke drive om duurzamer te bouwen. Na de presentaties was er een forumgesprek waarbij een aantal grote investeerders aanschoven.





In de zaal ‘Innsbruck’ gaat het al sinds jaar en dag over ‘verbindingstechniek’, het is het terrein van de houtbouwingenieurs. En de eerste twee lezingen beloofden vrij letterlijk vuurwerk. Norman Werther van de Technische Hochschule Augsburg gaf een inzicht in zijn vergaande kennis over brand en houtverbindingen. Zoals bekend is in veel gevallen het staal de zwakke schakel en moet er nauwgezet worden gedetailleerd en gemodelleerd om in houtbouw 30, 60 of 120 minuten brandwerendheid te garanderen. Aan de hand van verschillende wetenschappelijke onderzoeken liet Werther zien dat 120 minuten in het geheel geen probleem hoeft te zijn.
Explosies tegen muren van CLT
Ging het bij Werther om het brandvertragen, Christian Viau, werkzaam bij de Carleton University in het Canadese Ottawa bestudeert ontploffingen, dus grote energiekrachten die plotseling op een houten bouwwerk worden uitgeoefend. Hij beleeft zichtbaar plezier aan het uitvoeren van explosietesten waarvoor op zijn universiteit een bijzondere opstelling gemaakt is, de zogenaamde Schock Tube Test Facility. Hij legde uit hoe de afstand van de explosie ten opzichte van het gebouw enorme invloed heeft op de impact en hoe het schadebeeld in het CLT per soort explosie flink kan verschillen. Hij onderzoekt verbindingen die de energie van de schok kunnen absorberen. Vervelende bijkomstigheid: die gedragen zich weer heel anders dan de voorzieningen die in houten gebouwen worden aangebracht tegen aardbevingen. Bij navraag door Het Houtblad legde Viau uit dat dit soort maatregelen voor heel speciale houten gebouwen zijn, of gebouwen op speciale plaatsen, ‘zoals naast een ambassade of bij een chemische fabriek.’
Koppelen of ontkoppelen?
Bruno Zumbrunn-Maurer onderzoekt weer een ander verschijnsel: of ingekleefde stalen stangen in gelamineerde balken aan metaalmoeheid kunnen lijden. Hij concentreert zich op houten bruggen waar veel verkeer overheen gaat. Om dit te kunnen nagaan verhoogde hij de druklasten en ook het aantal bewegingen dat de testapparaten op de proefopstelling uitvoerden. Zoals altijd ging ook deze onderzoeker door te breuk, maar de lasten en belastingen die hij liet uitvoeren waren ver boven de te verwachten echte belastingen. Interessant onderzoek dus, vooral voor toekomstige gebouwen.
Grappig, maar ook wat theoretisch, was de duopresentatie van bouwfysicus Georg Flatscher (Graz) en ingenieur Maximillian Neusser van de Technische Universität van Wenen in een voordracht over akoestiek. Om een goede akoestiek te bereiken dien je verbindingen te ontkoppelen, legt Flatscher aan de hand van zijn onderzoek uit. Maar een goede verbinding moet juist zo stevig mogelijk gekoppeld zijn, laat Neusser met zijn onderzoek zien. Een bijzondere uitvinding van het Zwitserse Sherpa lijkt een oplossing voor dit probleem te hebben: aan de verbinding constructief verlijmd dempingmiddel.
Binnenkort op de markt?
Op het grensvlak van onderzoeker en ondernemer staat Charles Binck die een promotieonderzoek deed aan de Eidgenossische Rechnische Hochschule in Zürich. Hij blijkt een gedreven onderzoeker, die probeert het vele staat uit de houten verbindingen te krijgen en daarbij te kijken naar de natuur. Boomtakken zijn met hun vezels vernet met de boomstammen. Binck ontwikkelde een verbindingsmiddel dat precies past in de ‘oksel’ van een verbinding en daar met kruislingse lange schroeven wordt vastgezet. Met een serie van keurige vergelijkingen maakt hij aannemelijk dat dit kan werken en bewijst het vervolgens met belastingstesten in verschillende richtingen. Het lijkt een uitvinding die binnenkort op de markt zou kunnen verschijnen.
Andreas Ringhofer van de Institut für Holzbau und Holztechnologie in Graz hield vervolgens een voordracht over de verbinding van hout aan beton, met name houten platen van CLT aan betonnen funderingen, zijn onderzoek richt zich op stiftverbindingen. Voorzover uw correspondent kon overzien leverde dat vooral ingenieurskennis op over hoe die verbindingen het best konden worden berekend, zonder nieuwe inzichten op te leveren.








De ochtend van de tweede dag, dus eigenlijk de eerste échte congresdag, begon weer met een plenair gedeelte. Aangezien er steeds om 8:30 wordt begonnen en lang niet iedereen alle dagen bezoekt en zeker niet iedereen in Innsbruck overnacht (we spraken bezoekers die elke dag tweeëneenhalf uur met de trein heen en weer naar huis reisden) een goed idee. Na het plenaire deel, om 10:30 is iedereen binnen en volgen er weer break-out sessies. Overigens is eten en drinken op het Holzbau-Forum ruim verzorgd: er zijn koffiepauzes met iets lekkers, warm eten tussen de middag en ook ’s avonds een warm buffet. De buffetten staan opgesteld in de foyers waar de sponsoren (meer dan 200, stijf uitverkocht) hun op de houtbouw gerichte waren laten zien. Veel mensen slaan presentaties over om in deze foyers met elkaar en de sponsoren te spreken.
Supermarkt als forum
De eerste spreker was Kai-Uwe Bergmann, van architectenbureau BIG. Hij gaf een overzicht van de vele bijzondere houten gebouwen die dit van oorsprong Deense bureau inmiddels overal op de wereld gebouwd heeft. De tweede spreker, Sebastian Schels, werkt bij Ratisbona Handelsimmobilien, een ontwikkelaar die voor alle grote Duitse supermarkten werkt. Al sinds enige tijd bouwt zijn bedrijf alleen nog houten supermarkten en voegt daar nog heel veel biodiversiteit en beleving aan toe. Zijn gedreven verhaal was doorspekt van woordvondsten, het kwam er op neer dat iedereen naar de supermarkt gaat en niemand dat leuk vindt. Consumenten worden als ‘Endverbraucher’ beschouwd in plaats van als volwaardige burgers, een parkeerplaats zou een voorplaats moeten zijn, een plek waar je ook al graag komen en mensen ontmoet. Schels liet weinig technisch zien van de houten gebouwen die hij realiseert, maar volgens hem zijn de concurrerend in prijs om te bouwen en hebben ze veel toegevoegde waarde.


Een zeer succesvolle modulebouwer in Duitsland is het Oostenrijkse Kaufmann Bausysteme. Het bedrijf realiseerde bijvoorbeeld een zevenlaags kantoorgebouw voor de ambtenaren van de Bundestag in Berlijn. En bouwt verschillende houten scholen in de Duitse hoofdstad. Maar Christian Kaufmann kwam vooral vertellen over een studentencomplex, inclusief verblijfsruimten in Rostock. In de twee gerelateerde gebouwen, naar ontwerp van Sauerbruch Hutton, werden in totaal 1100 modules verwerkt, een megaklus.
Over megaklus gesproken: Thomas Rebhahn, van Wiehag Timber Constructions legde zijn deel uit van het Atlassian project in Sydney. ‘Mensen vragen me altijd hoe hoog een houten gebouw kan zijn. Met hout als dragende constructie is er wel een limiet, maar bij een gebouw als dit, waar je steeds drie verdiepingen in een hout-stalen constructie inbrengt, is de sky the limit.’ Er is uitgerekend dat het hout, ondanks het vervoer vanuit Oostenrijk naar de andere kant van de wereld, gegeven de CO2-opslag in het hout en aspecten als een lichtere constructie en het besparen op beton in Atlassian toch ruim klimaatpositief uitvalt.
Simon Callagher van het Canadese Nordic Structures, gaf een toelichting op de bouw van het PNE Amfitheater in Vancouver, een enorm schelpvormig dak boven een openluchttheater in de Canadese speelstad van het komende WK Voetbal, met zijn 105 meter overspanning waarschijnlijk het grootste houten dak ter wereld. De ogenschijnlijke eenvoud van het dak is, zoals te vermoeden valt bedrieglijk.



En was er nog nieuws van de universiteit van Stuttgart? Jazeker, het Centre of Excellence ter plekke onder leiding van Achim Menges blijft verassen met innovatieve ideeën. In een duo-presentatie legden Hans Jakob Wagner en Gregor Neuhaber het nieuwste plan uit om puntondersteunde houten vloeren in een vrije vorm te realiseren. Puntondersteund is al een uitdaging, want afhankelijk van de spankracht van de houten of hout-betonnen vloer, en een vrije vorm wordt gezocht vooral voor binnenstedelijke ontwikkelingen op ingewikkelde plots: in houtbouw wordt meestal met rigide grids gerekend, terwijl in staalbouw of beton kolommen veel ‘willekeuriger’ over een plattegrond gedistribueerd kunnen worden. De nieuwste vondst, die Universal Timber Slab genoemd wordt is een vloer die bestaat uit samengevoegde gekromde gelamineerde balken. De gekromde balken volgen namelijk precies het patroon dat in sterkteberekeningen van vloeren in computermodellen naar voren komt. Door die krachtlijnen te volgen worden de krachten het meest efficiënt afgevoerd. Moderne modellering en productietechnieken zouden individuele Universal Timber Slabs voor elke mogelijke vloer moeten kunnen opleveren.



Leem is duidelijk aan een opmars in de houtbouw. Vooral als toevoeging in houten plafonds is het materiaal gewild, omdat het massa toevoegt, brandwerend is en vochtregulerend. Julian Trummer, van het bedrijf Leipfinger-Bader legde uit welke experimenten het bedrijf er tot nu toe mee heeft uitgevoerd en tot wat dat heeft geresulteerd. Belangrijkste ontwikkeling: ze zijn er in geslaagd de leem tijdelijk vloeibaar te maken, zonder chemische toevoegingen. Zo kan het materiaal tussen de balken van een houten plafond gegoten worden, waar het vervolgens uithardt en nergens meer naartoe gaat.
Een andere oude techniek in een modern jasje werd door Beat Kenel van het bedrijf Strüby Holzbau belicht. Dat bedrijf levert deuvelgelamineerd plaatmateriaal, met name als plafonds, waarbij de vurenhouten houtlamellen rechtstandig naast elkaar aan elkaar bevestigd worden met beuken deuvels. De plafonds hebben in de lengterichting veel draagkracht en zijn ook als wand te gebruiken.
Voor de Nederlandse discussie over brandveiligheid is het goed te weten dat, blijkens het verhaal van Gordian Stapf, de grote lijmproducent Henkel nu een lijm voor CLT panelen op de Europese markt heeft die gegarandeerd delaminatie voorkomt. Het bedrijf had tot voor kort twee varianten: in de Verenigde Staten één die deze eigenschap al had, maar weinig dikte had en een Europese variant die aan een voorgeschreven dikte voldeed maar dus niet gegarandeerd bij 600 graden bleef zitten. Gevolg is dat de deels verkoolde lamellen bij grote hitte kunnen afvallen waarna de onderliggende lamellen weer vlam konden vatten. Bij de bouw van de nieuwe luchthavengebouwen van Luxemburg, een ontwerp van BIG, werd het voorkomen van delaminatie als harde eis gesteld, en na enige aanpassingen in de kleefstof en overleg met autoriteiten is de Amerikaanse variant nu ook in Europa verkrijgbaar.
Het bedrijf neue Holzbau is ook met kleefstof bezig, én met de klimaatverandering. Thomas Strahm legt uit dat het bedrijf bezig is met nauwgezetten testen van het (blok) verlijmen van verschillende houtsoorten. Het onderzoek is nog lopende, maar wat al duidelijk is is dat je niet zomaar precies dezelfde kleefstoffen en druk kunt toepassen. Zo is CLT van gelamineerd beukenhout weer heel anders van het kruislings verlijmen van Essenhout of van blokken beukenfineer.



Op de zaterdagavond zijn er elk jaar een aantal zeer academisch aandoende ‘Ehrungen’ er worden mensen uit de industrie met een lange trackrecord gehuldigd. Er is een orkestje met blazers bij en de te huldigen persoon wordt toegesproken door een co-referaat, die alle te prijzen zaken toelicht. Daarna is er een uitreiking van een beeldje en een oorkonde. Dit jaar werden dr Manfred Brandstätter, langjarig leider van het instituut Holzforschung Austria officieel in het zonnetje gezet, evenals Udo Schramek, de oprichter van Steico, fabrikant van houtvezelisolatieplaten. De ehrungen werden voorafgegaan door een lezing van Christoph M. Schneider van het Economica Institut für Wirtschaftforschung in Wenen. Hij hield een beschouwing over de invloed van de politiek van Donald Trump op de Europese economie, een vlammend betoog waarbij hij feiten nog meningen vermeed.
Meerlaagse houtbouw
Op de vrijdagochtend was de vloer van de grootste zaal (Tirol) gewijd aan meerlaagse houtbouw. Stefan Prins (zie het begin van dit artikel had de eer dit blok af te sluiten met een presentatie over Valckensteyn in Rotterdam.
De sessie werd echter begonnen door een duo-presentatie van Xenia Hildenbrandt en Simon Pfeffer, beide van het grote bouwbedrijf Züblin, zij presenteerden de bouw van de TRIDEA BVK-torens in München, een ontwerp van David Chipperfield and Partners. De aanduiding met ’torens’ zet je wat op het verkeerde been, want de hoogste toren (100 meter) is van beton gemaakt. Het kantoorgebouw ernaast, van 60 meter (15 verdiepingen), en het tussenliggende kantoorgebouw, van 12 verdiepingen, zijn overwegend wél van hout. Vooral de ver doorgevoerde rationalisatie van de bouwwijze kreeg de nadruk in de presentatie: de houtbetonverbond-plafonds werden ter plekke aan de houten kolommen gemonteerd en in de verdiepingen gehesen, allemaal vanaf een heel beperkte plek waar de vrachtwagens nét in en uit konden rijden.
Hun presentatie werd gevolgd door die van Robert Jackson, van het bekende constructiebureau Fast+Epp. Hij vertelde smakelijk over de hoofdbrekens rond The Hive, een 10 verdiepingen hoog kantoorgebouw in Vancouver, op een aardbevingsgevoelige plek. Onder andere bijzonder aan dit gebouw is dat de draagstructuur niet hybride maar volledig van hout is, dat is te zeggen: er zit heel veel bijzonder staal in de constructie omdat het gebied aardbevingsgevoelig is. Fast+Epp paste een bijzondere verbinding toe (op de markt verkrijgbaar) waarbij de stalen onderdelen bij grote krachten over elkaar heen schuiven. Aan de onderkant van CLT stabiliseringskeren werden deze ‘brackets’ gecombineerd met een ‘wip-effect’: als het gebouw gaat schommelen bewegen de platen heen en weer over een spil en worden door de brackets vastgehouden.


Een bijzondere spreker met een even bijzonder gebouw was Jean Luc Sandoz, ingenieur bij Groupe CBS-Lifteam. Hij is tevens de bedenker van een systeem om de integriteit van houten balken non-destructief te meten, een apparaat dat hij handig in zijn presentatie wist te verweven. Het gebouw Wood dat hij presenteerde staat op een voorheen shabby plek in Grenoble, vlak langs het spoor. Het 6 verdiepingen hoge gebouw heeft een loopbrug onder de punt doorlopen, waar het afsteunt op een ‘bos’ van houten kolommen. Houtbouwtechnisch heel ingenieus en voor de belevingv van het stadsdeel een belangrijke verbetering.
Fabio Orselino, architect bij Baumschlager Hutton Partners presenteerde het Rheincity gebouw in het Zwitserse stadje Buchs. Goed voor 143 huurwoningen en 78 koopwoningen. Het is een langgerekt gebouw dat een complete straatfacade vult en daarom op gezette plaatsen is opengewerkt om doorkijkjes te creëren. Het gebouw is niet bijzonder hoog, vooral de volumes en aantallen beïndrukken.
Burkhardt Walter van Walter + Reif Ingenieursgeselschafft wist met zijn aparte manier van presenteren: sprekend in hoog tempo met grote pertinentie, ondertussen met ferme pas rondparaderend over het podium, te amuseren. Zijn verhaal was ondertussen heel interessant. Bij de bouw van het zeslaagse instituutsgebouw van de RWTH Aken is het Deltasysteem van het Finse bedrijf Peikko toegepast. Dat is weer een andere manier om grote overspanningen met hout te bereiken. Het is een driehoekig gevormde stalen buis die tussen twee CLT platen gelegd wordt en dan gevuld met beton. Walter berekende en beproefde dat er ook wapening nodig was: stalen staven die in het CLT steken en doorlopen in de stalen Delta. Daarmee werden de vloeren in Aken gerealiseerd, het schijnt een van de eerste keren te zijn dat de Delta beam op deze manier daadwerkelijk is ingezet.



Altijd op de hoogte?
Verdieping en inspiratie voor je houtbouwontwerpen? Een abonnement op Het Houtblad ontsluit decennia aan kennis. Lees het blad in print of online of krijg ‘alleen’ toegang tot al onze dossiers en achtergrondartikelen… We bieden drie soorten abonnementen aan.




[…] (Lees hier ons verslag over de lezingen op het Holzbau-Forum) […]