Ga naar hoofdinhoud

Kennisdocument: Eikenhout (Quercus): wel 275 soorten

Eikenhout is een van de meest gebruikte loofhoutsoorten aller tijden. Het kent dan ook een grote variëteit aan toepassingen. In verantwoord geteelde bossen groeien genoeg (steeds meer) eiken. Er zijn 275 soorten die in de houthandel in twee hoofdgroepen worden onderscheiden.

Eikennomen zijn in grote mate voorhanden. De uitgestrekte groeigebieden bevinden zich op het Noordelijk Halfrond. Door een verstandig beheer blijft voldoende kwantiteit beschikbaar. Ook kan een gevarieerd aanbod in kwaliteit en uiterlijk worden gegarandeerd. En daar wordt al eeuwen volop gebruik van gemaakt. De loofhoutsoort geniet een langdurige populariteit over de gehele wereld. Omdat er met name in Europese bossen steeds meer naar biodiverse teelt wordt gestreefd zal het aantal eiken eerder toe- dan afnemen.

Wat zijn de groeigebieden van de eikenboom?


De eik groeit in een gebied dat zich als een band op het noordelijk halfrond om onze aarde slingert, tussen de 45ste en de 50ste breedtegraad. In Europa liggen de groeigebieden wat hoger vanwege het zeeklimaat; in Noord-Amerika wat lager vanwege het landklimaat.
Het eiken dat in Nederland wordt toegepast, komt hoofdzakelijk uit Noord-Amerika en Europa.
Bij de duurzame exploitatie van eikenbossen wordt rekening gehouden met de groeicyclus van de eik. Deze groeicyclus ligt bij een volwassen eik tussen de 150 en de 300 jaar. In Europa duurt het 150 jaar voordat het stamhout een diameter heeft van 600 mm, in Amerika doet de ‘red-oak’-variant daar nog geen 80 jaar over.
In de verscheidenheid van soorten worden twee belangrijke verzamelgroepen onderscheiden: wit en rood eiken. Nederland importeert voornamelijk het Amerikaans wit eiken. Daarnaast wordt in ons land veel Europees eiken verwerkt. Europees eiken lijkt op het Noord Amerikaans wit eiken de houtsoorten kunnen door elkaar worden toegepast.

Verantwoord bosbeheer eikenbos


Net als in naaldhoutbestanden wordt in loofhoutbossen met verjonging van het bos gerealiseerd door natuurlijke regeneratie of door herplant na de kap. Door selectieve kap van grote volwassen eikebomen dringt het invallend daglicht dieper door het lover wat de nieuwe generatie eikenbomen stimuleert in de groei naar het licht.
De bos- en houtindustrie is van oudsher een belangrijke bedrijfstak, zowel in Noord-Amerika als in Europa. Het is logisch dat vanuit een eeuwenoude traditie in hout een economisch belang is gegroeid. In Noord Amerika bevindt de bosbouw en houtverwerkende industrie zich binnen de top tien wat werkgelegenheid betreft. In Europa is het economisch belang niet minder groot. De Franse houtverwerkende industrie vervult een belangrijke rol in de leveranties van Europees eiken naar Nederland.

Waar zijn de meeste eikenbossen?


De houthandel constateert een toenemende vraag naar eiken. In Noord-Amerika nemen de houtreserves gigantische vormen aan. Een derde van de VS is bedekt met bos. Uit de statistieken blijkt dat in de Amerikaanse bossen de staande voorraad hout sinds 1952 met een derde is toegenomen. En aan die groei is nog geen eind gekomen.
In de oostelijke staten van Noord Amerika is de eik goed vertegenwoordigd in de loofbossen. De eikbestanden bestaan voor 20% uit rood en 80% uit wit eiken
Canada bestaat voor bijna de helft uit bos. De Canadese loofhoutbossen met eik bevinden zich voornamelijk in de provincies Quebec en Ontario.
In Europa zijn met name in de 16e tot en met de 18e eeuw zeer veel bosbestanden in eik zijn aangelegd voor de toekomstige bouw van schepen. Niet overal bleven deze enorme bestanden in tact of is in vernieuwing van de bosbestanden voorzien. Ierland bijvoorbeeld is nagenoeg kaalgekapt door de Engelsen. Nederland gebruikte zijn complete bosbestand voor de bouw van de roemruchte VOC vloot.
Frankrijk zal in Europa wel altijd leverancier nummer één blijven. Eiken gedijt er goed: van noord tot zuid en van oost tot west. Met andere woorden Frankrijk biedt een zeer gevarieerd aanbod in eiken. Andere productiegebieden van betekenis zijn Duitsland en de Oost Europese landen. Met name Joegoslavië en Polen zijn belangrijke leveranciers.

Hoe wordt een eikenboom verzaagd?


Het verschil tussen gezaagd Noord Amerikaans en Europees eiken is dat de Amerikanen hun rondhout geheel dosse zagen met een grote cirkelzaag. Het rondhout wordt na elke zaagsnede een kwartslag met de klok mee gedraaid. Europese zagers delen het rondhout meestal met de bandzaag op in plaathout. Dit gebeurt zonder het rondhout te kantelen. Bij Europees eiken wordt bij het zagen min of meer rekening gehouden met de toepassing. De zware maten komen minder beschikbaar maar ze zijn er nog steeds. In de Amerikaanse zagerij vindt een verschuiving plaats van vallende breedte naar vaste breedtematen en ook wil de zagerij meer rekening houden met de specifieke wensen van de afnemers. Steeds vaker wordt het hout ook kwartiers of half-kwartiers gezaagd. Ondanks de invoer van het metrieke stelsel blijven de Amerikanen nog steeds werken met Engelse maten. De aanvoer van Amerikaans eiken geschiedt nagenoeg geheel per container. Volgens EG-voorschrift moet al het hout tegenwoordig gedroogd worden aangevoerd. Europees eiken wordt zowel nat als versneld gedroogd geleverd.

render demonstreerd dosse gezaagd eiken

Welke eikensoorten zijn populair?


Het aanbod in eiken is zeer verscheiden. Mondiaal bezien zijn er meer dan 275 soorten. Alleen al in Noord Amerika worden 35 soorten verhandeld onder de verzamelnaam ‘red oak’ of ‘white oak’. In feite sluit de variëteit in het aanbod goed aan op de veranderingen in het modebeeld. In de jaren vijftig was het zware en donker gekleurde eiken in. Nu overheerst de vraag naar het rustige en lichtgekleurde eiken. Fijnjarig eiken, fijn van draad en licht van kleur, maakt sierlijke constructies en vormen mogelijk.
In zware constructies bevindt zich vaak Europees eiken. Bij de restauratie van de Nieuwe Kerk te Amsterdam is bij voorbeeld een trekbalk van 400 x 500 mm vervangen.
Amerikanen zijn puur op de meest ideale massaproductie van gezaagd hout ingesteld, hoewel ook daar steeds meer rekening wordt gehouden met de wens van de afnemers. Europese toeleveranciers houden bij het zagen van eiken rekening met de toepassing. Het verschil in zagen wordt zichtbaar in het houtoppervlak.

Wat is rood eiken en wit eiken?


Het geslacht Quercus (Eik) is zeer soortenrijk. Voor de duidelijkheid zijn in de handel twee commercieel belangrijke groepen gevormd: rood en wit eiken.
In de Nederlandse meubel- en parketindustrie wordt bijna uitsluitend Noord Amerikaans wit eiken en Europees eiken verwerkt. Over het algemeen heeft wit eiken een wat fijnere structuur dan rood eiken. Noord Amerikaans wit eiken en Europees eiken zijn nagenoeg elkaars gelijke en worden door elkaar verwerkt. Een overduidelijk verschil tussen Amerikaans en Europees eiken is moeilijk te geven. Zelfs tussen wit en rood eiken zijn de verschillen in kleur niet groot. De echte eikenspecialist haalt ze wel degelijk zo uit elkaar.

Dit zijn overeenkomsten tussen rood en wit eikenhout


-Kops hout brengt de groeiringen duidelijk en scherp in beeld
-Tangentiaal of dosse gezaagd eiken heeft een vlamtekening. De vaten bevinden zijn in duidelijk waarneembare ringen gegroepeerd. In het voorjaarshout zijn de vaten tienmaal zo groot als in het najaarshout.
-Op het radiale (kwartiers gezaagd) vlak tekenen de begrenzingen van de groeiringen zich af als donkere strepen.
-In kwartiers gezaagd hout vertonen de houtstralen zich als spiegels zodra deze overlangs worden doorsneden.
-Het kernhout van wit eiken bezit een geelbruine tot donkerbruine kleur. Rood eiken is roodachtig-lichtbruin.
Bij beide soorten steekt het kernhout duidelijk af tegen het bleekbruine spint.

Dit zijn verschillen tussen rood en wit eikenhout


-Rood eiken heeft open vaten, grotere groeiringen en een grovere tekening. Bij wit eiken zijn de vaten gesloten door inhoudstoffen. De groeiringen zijn kleiner en de tekening is fijner.
-De duurzaamheid van rood eiken is lager dan die van wit eiken. Amerikaans rood eiken valt in de duurzaamheids¬klasse IV. Amerikaans wit eiken (inclusief Europees eiken) in de klasse II/III.
-Wit eiken laat zich moeilijker verduurzamen dan rood eiken.

Welke fineer kun je maken van eikenhout?


Eiken dankt zijn populariteit ook aan de grote mate waarin fineer kan worden aangeboden. Reeds 4000 jaar geleden kenden de Egyptenaren de mogelijkheid om boomstammen te schillen en die schil toe te passen. De eerste vormen van fineertoepassing zijn terug te vinden in de mummykisten van de Farao’s.
Vlak na de Tweede Wereldoorlog is veel eikefineer gebruikt en pas sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw nam de toepassing van massief eiken weer een grote vlucht. Bij fineer komt de decoratieve tekening het meest tot uitdrukking.
De productie van fineer geschiedt volgens drie hoofdprincipes:
Schillen: de ronddraaiende stam wordt gestript door het fineermes. Een licht golvende tekening ontstaat.
Snijden: het gekantrechte en hartgekloofde blok wordt laag voor laag afgesneden. Het fineer heeft dan een vlamtekening.
Kwartiersnijden: het kwartrond stamhout wordt laag voor laag gesneden en volgt min of meer de richting van de stralen. De spiegels worden zichtbaar.

vlammen zichtbaar in eiken

Wat zijn de toepassingen van snijfineer en schilfineer van eiken?

In hoofdzaak wordt snijfineer van wit eiken aangeboden. Rood eiken leent zich uitstekend voor schilfineer. Dit laatste gaat meestal direct naar de triplexfabriek.
Snijfineer is een gewild artikel voor luxe betimmeringen en groot meubilair. Het versneden blok eiken wordt plak voor plak op volgorde als een ‘boek’ van 26 of 32 opeenvolgende vellen verhandeld. Grote verschillen tussen de opeenvolgende vellen komen niet voor en dat is precies wat de meubelmaker voor zijn fijntimmerwerk zoekt. Bij dosse snijden ontstaat een vlamtekening. Tangentiaal snijden geeft een streeptekening en ook de spiegels laten zich zien. Eikenfineer wordt in een groot aantal dikte-, breedte- en lengtematen geleverd.
Technisch gezien kan een minimale fineerdikte van 0,6 mm dikte worden geproduceerd. Na drogen is de dikte 0,52 tot 0,53 mm. De maximale snijdikte ligt rond de 5 mm. Bij parket ligt de gedroogde dikte op 2,6 of 2,8 mm. Bij panelen varieert de dikte al naar gelang de wensen van de afnemer, maar bepa¬lend voor de dikte is ondermeer de onderplaat waarop het fineer wordt aangebracht
De breedte van dosse snijfineer varieert van 150 tot 450 mm. Bij tangentiaal snijfineer is dat 100 tot 200 mm.
De lengte van fineer loopt uiteen van 600 tot 4200 mm. De handel hanteert drie standaardlengten. De deurklasse gaat tot 2200 en 2400 mm lengte; paneelmaatfineer van 2450 tot 2800 mm. Voor de meubelindustrie is een grote variëteit voorhanden tot maximaal zo’n 4200 mm.

Wat zijn de kwaliteitseisen voor eikenhout?

Eiken is in velerlei kwaliteiten voorhanden. De houthandel hanteert nog al eens de kwaliteitsnormen die gelden in de landen van herkomst. Het begrip kwaliteit vraagt dan ook enig overleg met de specialist in eiken.
In massief hout vindt bij voorbeeld een strenge kwaliteitselectie plaats zodra het gaat om meubelhout.
Het is niet zo dat bepaalde kwaliteiten een uitgesproken voorkeur genieten. De toepassing is maatgevend.
Eiken is een zeer bijzondere houtsoort. De specialisten in de houtbranche zijn bezeten van ‘hun’ houtsoort.
Bij eiken komt het aan op jarenlange ervaring. De specialist in de eiken-handel is als geen ander op de hoogte van de kwaliteitsnormen. Hij kan voor een belangrijk deel de normen onderbouwen die voor de gegeven toepassing moet worden aangehouden. De houthandel is ook het aangewezen adres om eiken in het juiste perspectief te plaatsen tussen al het andere houtaanbod. Op specificatie inzagen is altijd mogelijk bij Europees eiken.
Het verbruik van eikenhout is gehalveerd aan het eind van vorige eeuw. Dat gebeurde met name doordat de meubels steeds slanker worden geconstrueerd.

Hoe wordt eikenhout gedroogd?

Al het Noord Amerikaans eiken wordt tegenwoordig gedroogd aangevoerd. In de waterbouw wordt ongedroogd hout toegepast.
Na het zagen vindt een eerste voorselectie van de houtkwaliteit plaats. Versgezaagd eiken wordt eerst een half jaar aan de lucht gedroogd tot het hout een vochtgehalte bezit van 35 tot 40%. Dit drogen gebeurt uit de zon en het hout wordt afgeschermd tegen een al te droge of harde wind.
Vervolgens wordt het eiken in de droogkamer versneld gedroogd tot het gewenste vochtgehalte. Voor meubelhout en parket ligt dit vochtgehalte op 8 tot 10%.
Het drogen in twee stappen is van groot belang. Het in een keer versneld drogen van nat eiken leidt gemakkelijk tot ontoelaatbare vervormingen, scheuren of collaps. Bij collaps krimpt het midden sterker dan de randen.
Radiaal en tangentiaal krimpt het hout sterk maar ook zeer verschillend. De maximale krimp bedraagt respectievelijk 2% en 10%.
Eenmaal goed gedroogd is eiken vrij vormstabiel. Bij een relatieve luchtvochtigheid van 50% bedraagt het evenwichtsvochtgehalte in het hout ca. 13%. In woningen kan de luchtvochtigheid variëren tussen de 35 en 75% en het houtvochtgehalte van 8 tot 15%. Het eiken zal over dit hele traject ongeveer 1 tot 2% krimpen, respectievelijk zwellen.

Kun je eikenhout draaien, buigen, boren, nagelen, lijmen?

Eiken is zowel machinaal als met de hand goed te bewerken. Voor het verkrijgen van glad werk is 20 graden de ideale hoek voor het snijgereedschap. Bij het draaien van droog eiken wordt het gereedschap snel bot. Met behulp van hete stoom en een spanmal is het hout goed te buigen. Overwegend Europees eiken komt voor buigwerk in aanmerking. De maximale dikte voor buigwerk ligt op 60 mm. Bij de resta¬ratie van schepen wordt nog steeds de techniek van het branden aan een zijde en nathouden aan de ander zijde toegepast.


Eiken heeft de neiging te splijten. Voorboren voor schroeven en spijkeren is aan te bevelen. Eiken bevat looizuur en dat geeft een blauwzwarte verkleuring rond ijzerhoudende materialen en een lichtbruine verkleuring bij koper of messingwerk. Roestvaste bevestigingsmiddelen zijn aan te bevelen. Amerikaans en Europees wit eiken laat zich goed lijmen. Amerikaans rood eiken is matig te lijmen.

Hoe worden eikenhouten oppervlakken afgewerkt?


Noord Amerikaans en Europees eiken laat zich goed beitsen, lakken, roken of logen. Het gebruiksdoel bepaalt de mate van onderhoud. Bij parket ligt dit anders dan bij een wandbetimmering. Parket vereist periodiek een schuur- en lakbehandeling. De frequentie van onderhoud is afhankelijk van de intensiteit van het gebruik. Wordt een lak toegepast waarin een UV filter of een kleurtoon is opgenomen, dan vertraagt of voorkomt dit het nadonkeren van eiken.
Door logen en roken verkleurt het eiken naar een donkergrauwe tot donkerbruine kleur. Anders gezegd: de behandeling geeft het eiken reeds een eeuwenoud karakter. Logen geschiedt door middel van dompelen. Bij een rookbehandeling wordt het eiken in ammoniakdampen gehangen.
Toepassing van spinthout is feitelijk uit den boze. Het kleurverschil wordt niet opgeheven door een beits-, lak, loog- of rookbehandeling.

Op de hoogte blijven van alles wat er speelt in de hout- en bouwsector? Word abonnee op Het Houtblad! Abonneer