In een flink gevulde grote zaal van Pakhuis de Zwijger ging het er op maandagavond 6 oktober stevig aan toe. Op de NTA 6125, de brandveiligheidnorm voor middelhoge houten gebouwen waarvan de definitieve tekst ergens deze week verwacht wordt, is veel inhoudelijke kritiek, op veel verschillende niveau’s.
De discussie was opgezet door De Houtbouw Opleider, een initiatief van SHR. het was al de tweede, gratis toegankelijke sessie die deze club dit jaar organiseerde onder de naam ‘Houtbouw is Goud, maar kan ook fout‘ in debatcentrum Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De inhoudelijke kritiek kwam zowel van de podiumgasten als uit de zaal.
Een beetje aan zichzelf te danken
Pascal Steenbakker, brandadviseur bij Arup, stond nogal centraal bij alle kritiek, maar daar is ook wel reden toe. Steenbakker vertelde zelf, als eerste spreker tijdens de uitstekend door presentator Robert Bovee geleide avond, dat hij het Parool te woord stond over het gebouw HAUT, waar hij het brandadvies voor verzorgd had (volgens veel kenners nogal aan de voorzichtige kant met én opofferingshout én gipswanden én sprinklerinstallaties). Het Parool kopte vervolgens alarmerend over het niet bestaan van brandveiligheidsregels voor houten gebouwen, wat weer tot kamervragen leidde, waarop weer de minister (Hugo de Jonge, destijds) weer de NEN aanzette om een NTA op te gaan stellen (een ‘Nederlands Technische Afspraak’) specifiek over de brandveiligheid van hoge houten gebouwen.
Die NTA 6125 ligt er nu in ontwerp. De consultatieronde is afgelopen. Er zijn, volgens Steenbakker, circa 800 externe reacties met inhoudelijke kritiek op gekomen. ‘Naast de zeker 500 opmerkingen die de NTA commissie er zelf over maakte.’ Steenbakker is de penvoerder van de commissie. Hij vertelde dat er de komende weken gestemd gaat worden over de tekst van de technische afspraak. Of dat gebruikelijk is, stemmen over een NTA-tekst na verschillende rondes en een vierde versie, is bij de redactie onbekend.






Geen functionele eisen maar materiaalgericht
Niet erg positief waren de vertegenwoordigers van de timmerindustrie op het podium. Mariëtte Willems, beleidsmedewerker van de NBvT (Nederlandse branchevereniging van de Timmerindustrie), betrokken bij allerlei normontwerpen sprak de fundamentele kritiek uit dat de NTA 6125 een materiaal-gerichte norm geworden is, terwijl de meeste wetten en regels in de Nederlandse bouw functiegericht zijn, dus formuleren wat het eindresultaat van te nemen maatregelen dient te zijn. De ontwerp-NTA 6125 schrijft namelijk voor vier verschillende gebouwhoogten van gebouwen van hout vóór welke brandwerende maatregelen, Steenbakker spreekt van ‘pakketten’ er moeten worden genomen om een veilig gebouw te realiseren. Voor grondgebonden woningen tot vier meter hoogte gelden geen bijzondere maatregelen. Daarna volgen steeds zwaardere ‘pakketten’ voor gebouwen, van 4 tot 13 meter, van 13 tot 20 meter en van 20 tot 35 meter vloerhoogte. Voor echt hoge gebouwen van boven de 35 meter (zoals het HAUT-gebouw, waar alles mee begon) formuleert de ontwerp-NTA geen voorschriften. Deze maatregelen bestaan uit een combinatie van overdimensionering van hout (zodat het in kan branden), het aanbrengen van gipsplaten en het aanleggen van sprinklerinstallaties.
Rekenen met de verkeerde waarden
Heel praktisch was de kritiek van Michiel Brink, van De Groot Vroomshoop. Hij wees op aspecten waarbij praktijk en theorie ver uit elkaar liggen. Zoals dat de ene gipsplaat de andere niet is en dat er nog wel eens te dunne platen worden ingekocht die dan bovendien met te lange schroeven worden vastgezet en waarvan de kieren niet verantwoord worden dichtgesmeerd, waarmee het brandvertragende aspect teniet wordt gedaan. Ook wordt CLT wel eens te dun ingekocht. ‘De Eurocode rekent met een bepaalde inbrandsnelheid, de leveranciers hebben in hun ETA’s veel gunstiger waarden. De constructeur neemt die laatste waarde en gaat daarmee rekenen. Als het hout uiteindelijk besteld wordt wordt niet meer teruggekeken welke ETA van welke leverancier precies is gebruikt.’ Terwijl, legde Brink uit, er belangrijk verschil zit tussen CLT-brandgedrag. ‘Een CLT-wand van dezelfde dikte met zeven lagen brandt sneller dan als hij van vijf lagen gemaakt is.’
Een gat waarin ontwikkelingen stil liggen
Nog weer een andere argumentatielijn volgt Tim Vermeend, van Urban Climate Architects in Delft, een bureau dat bijna alleen nog in hout bouwt. Zijn angst is dat de komst van de NTA en de materiaalvoorschriften die die geeft de dood in de pot zal zijn voor het ontwerp. ‘Deze NTA zal pas na een jaar of twee in het Bouwbesluit zijn opgenomen, tot die tijd gaat de bouw zich er natuurlijk wel naar richten. Daarna is een periode van onderzoek afgesproken, omdat we eigenlijk een heleboel dingen nog niet weten, waarna de normen in de NTA mogelijk naar boven of naar beneden worden bijgesteld. Mijn angst is dat dit tot een gat gaat leiden, een lange periode waarin niemand buiten de gegeven mogelijkheden durft te denken.’ Vermeend benadrukte dat brandgevaar al zolang als er houten gebouwen ontworpen worden een aandachtspunt is en dat er in inmiddels honderden of duizenden moderne houten gebouwen in Nederland allemaal eigen oplossingen verzonnen zijn die door instanties en bevoegd gezag zijn goedgekeurd. Het heeft tot een vormenrijkdom en een uitbundige houtbouw geleid die in andere landen ongekend is. ‘Het zou enorm jammer zijn als dat zou stoppen.’
Gebouwen duurder door MPG en extra kosten
Dat de NTA 6125 ook gevolgen voor de betaalbaarheid kan hebben heeft Daan Jansen van Haskoning met zijn team uitgezocht in opdracht van Building Balance. De conclusie is dat de MPG-score van houten gebouwen die volgens de NTA beveiligd zijn in sommige gevallen wel 8 procent slechter kan zijn, uitgedrukt in euro’s. En dat zelfde geldt voor de kostprijs van het aanbrengen van extra materiaal zoals gipsplaten en sprinklers. Ook dat werkt kostenverhogend.
Haskoning rekende met een aantal standaardmodellen voor middenhoge houten gebouwen, niet aan echte gebouwen. Dat geldt ook voor de NTA 6125, wat weer een doorn in het oog is van Harm Leenders van testinstuut Peutz. ‘Er worden allerlei aannames gedaan zonder dat het echt getest is. Daardoor maak je een soort papieren werkelijkheid waarin niets echt duidelijk is. Bedrijven die bij ons testen komen doen en dat zijn er steeds meer uit de houtbouw, maken zich daar ook echt zorgen over.’
Op elke deur kloppen
Wie zich ook zorgen maakt is Ron Galesloot van de Brandweer Amsterdam Amstelland. ‘De waterleidingen worden dunner, we hebben minder watertoevoer in de stad, daardoor gaat het koelend vermogen naar beneden. Daar zou rekening mee gehouden moeten worden.’ Ook beaamt hij een opmerking van Daan Jansen dat vluchtweg-tijden zoals we die kennen uit het bouwbesluit, van 60, 120, 180 minuten eigenlijk slaan op de tijd dat mensen weg kunnen komen en niet op de tijd dat een gebouw kan blijven staan. ‘Bij een brand weten wij nooit of er nog mensen in een pand zijn. We moeten dus deur voor deur de woningen doorzoeken. Per deur kost ons dat zeker een kwartier. Dus dan kun je uitrekenen dat we nooit in die tijd een groot flatgebouw kunnen controleren. Toch ga ik ook voor die tijd liever een eindje uit de weg om het gebouw van afstand te zien imploderen.’ En ook dat was inhoudelijke kritiek.




[…] Het waarborgfonds SWK heeft een toetsingskader voor de Garantie- en Waarborgregeling opgesteld waarmee binnenkort pilots worden gedraaid. Aon is daarbij betrokken geweest. De verwachting is dat dat betere garanties geeft voor de verzekerbaarheid (na oplevering) van houten woningen. Verder stelt Aon vertrouwen in de NTA6125, de norm over brandveiligheid die momenteel in ontwerp is. […]