Met de betrokkenheid van het Rotterdamse architectenbureau Broekbakema gaat in Diepenbeek, Belgisch Limburg, een zogenaamde Bouwcampus 2.0 gerealiseerd worden. Het moet een flexibel, de- en remonteerbaar houten gebouw worden van 5500 vierkante meter.
De Bouwcampus 2.0 is een ontwikkeling van de provinciale ontwikkelingsmaatschappij POM. Het wordt een een typisch Belgische mix van kantoor-, onderwijs en onderzoeksgebouw, bedoeld voor de Vlaamse bouwsector. Er komt plek voor bedrijven, met name op het gebied van duurzaam bouwen en ook het onderzoek en onderwijs zal een sterk duurzame component hebben. Het lag dus wel voor de hand dat het gebouw zelf ook bijzonder duurzaam zal zijn.
Naast Broekbakema is ook het Belgische kantoor a2o bij het ontwerp betrokken. Verder maken bouwbedrijf Van Hout (ondanks zijn veelbelovende naam een ‘gewoon’ bouwbedrijf) een aannemer Dethier deel uit van het consortium dat de aanbesteding won.
Het nieuwe gebouw van 5.500 m² op de site van de Diepenbeekse campus Limburg DC wordt volledig modulair en circulair ontworpen. Houten kolommen en balken vormen een structuur die gemakkelijk los te maken en opnieuw te gebruiken is. De levensduur van Bouwcampus 2.0 wordt geraamd op meer dan 100 jaar, waarbij materialen na gebruik een nieuw leven kunnen krijgen.
Bouwcampus 2.0 gaat verder dan energiezuinig: het gebouw zal meer energie opwekken dan het verbruikt en daardoor energiepositief zijn. Dit is mogelijk door geïntegreerde zonnepanelen in de gevel en luifels, een luchtbehandelingssysteem dat gebruik maakt van natuurlijke energiebronnen, een compact ontwerp en een gevelsysteem dat energieverbruik minimaliseert.
De technische innovaties zijn niet alleen functioneel, maar ook zichtbaar. Klimaatkernen en zonne-installaties maken deel uit van het ontwerp en laten zien hoe technologie en architectuur hand in hand gaan. De ambitie is niet alleen om waterneutraal te zijn, maar, ambitieuzer, te gaan voor ‘waterpositief’.
De bouwwerkzaamheden starten eind 2025 en het gebouw wordt in 2027 in gebruik genomen. Het project heeft een totaalbudget van 27,2 miljoen euro, gefinancierd door EFRO (9,4 miljoen euro), Vlaanderen (3,5 miljoen euro) en private middelen.
Lees ook:



